kop_index


Bankje


Haar diepzwarte zonnebril paste wel bij de 29 graden van die hete julidag, de bleekrose coltrui was warm genoeg voor de herfst, leek me. We waren net afgestapt om op een beschaduwd bankje aan ons lunchpakketje te beginnen. Om ons heen stonden de nodige villa's; voor een deel smaakvolle staaltjes van architectuur, voor een ander deel protserige burchten. Maar allemaal lagen ze annex het diepgroene gazon achter hoge, onneembare zwarte poorten en hekken. Forse naamborden met titels en ambten bewaakten de ingangen.

Of ze naast ons mocht komen zitten, vroeg ze. Zeg maar eens nee. Ze zat hier bijna elke dag wel een kwartiertje, legde ze uit, want het licht was ter plaatse heel bijzonder. Ons was dat ook al opgevallen, zeiden we beleefd.

We zagen op haar bagagedrager een kilootje aardappels. De snelbinder deelde de zak in twee pondjes. Alles was tegenwoordig zo duur, vond ze. Vooral als je in guldens rekende. Dat deed ze namelijk nog steeds, wat ons erg verbaasde, gezien haar vermoedelijke leeftijd. De zonnebril maakte een schatting wel onzeker, maar vijftig was ze nog niet. 

Ik probeerde een beetje te relativeren. 'Omgerekend naar Belgische franks lijkt het nog duurder, mevrouw.' Maar ze kon het niet waarderen. 'Doet u dat niet dan?', vroeg ze retorisch. Ik deed nog één poging: 'Alleen als ik mijn pensioen bereken.' Ze negeerde het grapje. Ze wilde een serieus punt maken. De euro moest worden afgeschaft. De hele EU kon wat haar betreft gerust naar de schroothoop. Het was het begin van de dictatuur van Duitsland en Frankrijk over de rest. 

Behoedzaam probeerde ik nog iets over het nut van samenwerking tussen oude vijanden, maar ze vond dat je aan het succes van Denemarken en Zwitserland wel kon zien wat wij er in de EU van bakten. 

En om elke tegenspraak bij voorbaat als lekenpraat te ontmaskeren, voegde ze eraan toe (waarschijnlijk met een strenge blik, maar ja, de zonnebril): ' Ik heb er heel wat artikelen over geschreven.' 

Daar had ik natuurlijk niet van terug. Of eigenlijk wel, maar ik slikte alles in. Op zo'n brandend hete woensdagmiddag in juli ben ik al gauw geneigd me te schikken in de harde werkelijkheid. Er bestaan geen argumenten tegen schrijvers van artikelen. 

Onze broodjes waren op.
Een eindje verder in de laan las ik het naambordje van Prof. Smalhout. 

Verrek, dacht ik, die ken ik.

1 augustus 2012