kop_index

Blauw

Omdat ik regen verwachtte was ik eigenlijk van plan geweest op deze donkere vrijdagmorgen voor kerstmis met de auto naar de tekenles te gaan. Maar het leek droog te blijven en daarom had ik toch maar besloten om sportief te zijn.

De wereld was diepblauw gekleurd en het schijnsel van mijn fietslamp was het middelpunt van de wereld. Mijn besluit was wat laat gevallen; dus ik moest opschieten. De banden sisten over het natte wegdek. Het asfalt glinsterde. Af en toe haalde ik een groepje scholieren in, die, rode muts met witte pluim, op weg waren naar de kerstviering. Haast hadden ze niet. De vakantie was dichtbij.

Bij het oversteken van de weg was de verleiding groot om de stoplichten te negeren. In geen velden of wegen was een auto te bekennen. Stilstaan in de kille morgen, wachten op nodeloos groen en weer op tempo moeten komen - evenzoveel argumenten om door te rijden. Ik deed het toch maar niet.

Een minuutje later zit ik op het stijgende fietspad dat me over het kanaal leidt en zoals altijd probeer ik ondanks de klim niet in tempo toe te geven. Niet achter adem - kom op zeg, van zo'n stukje - maar toch blij dat ik bovenaan ben werp ik een snelle blik over het water beneden. Meer zwart dan blauw, met glimmende golven.

In het besef dat ik nog niet op de helft van mijn fietstocht ben, geef ik de trappers aan het begin van de afdaling een extra zwiep. Hoe harder je daalt, hoe makkelijker de tweede helling wordt. Links naast me flitst een vogel uit de struiken en op manshoogte vliegt hij twee seconden voor me uit. Dan schiet hij weer naar links, de bosjes in.

Twee seconden is niks. Maar ik heb het beestje onmiddellijk herkend: het korenbloemenblauw van zijn veren lijkt in de sombere schemering op te lichten als een stukje horizontaal vuurwerk. Een blauwlicht. Het kan er maar één zijn. De ijsvogel.

Hoe vaak heb ik niet snelle beekjes afgetuurd op zoek naar die prachtige vogel. Hoogstzelden heb ik hem, héél even gezien en steeds precies zoals het in het vogelboekje staat: als een blauwe streep boven het water. En dan, zo opeens, op een saaie donkere dag voor kerstmis, vliegt hij vóór je, niet boven het water maar boven een donker fietspad aan de rand van de stad. Op een plaats en een tijd waar je hem nooit zou verwachten.

Misschien zag hij het glimmende staalblauwe asfalt wel voor een beekje aan. Zijn vergissing duurde niet meer dan twee tellen. Voor mij wa het lang genoeg om een hele dag goed te maken die amper begonnen was.

Twee blauwe seconden.

3 januari 2012