kop_index

Dood

Zo rond de jaarwisseling zit je wel eens te mijmeren over de vergankelijkheid en de toekomst. Zeker als je in het boek van Draaisma hebt gelezen over de tijd die in de beleving van ouderen steeds sneller gaat, krijgt een nieuwjaarsdag een apart kleurtje, een beetje dramatischer, ietsje melancholiek.

Ik moest weer denken aan een gesprekje dat ik een paar maanden geleden aan de lunchtafel met mijn kleinzoon van 12 had. Hij vertelde dat de opa van een klasgenoot overleden was. In het kringgesprek hadden ze daar de nodige aandacht aan besteed; zoveel blijkbaar dat hij een parallel had getrokken naar zijn eigen situatie. De overledene mocht dan een paar jaar ouder geweest dan zijn lunchgenoot, op die astronomisch hoge leeftijd - 70, stel je voor: zeventig - veranderde de toestand volgens hem niet wezenlijk door een jaartje meer of minder. Dat inzicht had consequenties.

'Hoe lang zou jij nog blijven leven, denk je, Opa?'

De vraag sloeg in. Een momentje bedenktijd was naar mijn idee wel op zijn plaats. Ik nam mijn kopje en slikte met de thee een aantal dooddoeners in, die het gesprek een voortijdig einde zouden hebben bereid.

'Ja, dat weet ik natuurlijk niet, maar ik hoop nog wel een aantal jaren hier te blijven', bleef ik vaag.
Hij had behoefte aan een concreter antwoord. Of ik verwachtte nog wel een jaar of twintig mee te gaan.

'Waarom nou juist twintig jaar, jongen? Dan ben ik over de negentig. Dat is wel heel oud.'

Met dat laatste was hij het helemaal eens - maar oud was ik nu ook al. Oud is oud. Maar die twintig jaar had hij niet zomaar, zonder nadenken genoemd.

'Kijk, over twintig jaar ben ik tweeëndertig en misschien wel getrouwd. Het kan best dat ik dan vader ben.'
'Ja, en?'. Ik wist echt niet waar hij naar toe wilde.
'Nou, ik vind dat jij pas dood mag gaan, als ik eraan toe ben.'

Het heeft mij altijd ideaal geleken om afscheid te nemen op een moment dat ik er zelf aan toe ben. Ik legde hem uit dat zijn opvatting daar niet één-op-één in paste.

'Nou kijk, als ik tweeëndertig ben, kan ik alles wel zelf. Maar voor die tijd heb ik nog een opa nodig en mag je dus niet doodgaan.'

Het mechanisme achter het voortbestaan van de menselijke cultuur had hij mooi geïllustreerd, mijn kleine filosoof.

Ik heb hem graag gelijk gegeven. Zo'n goed gemotiveerd voorstel tot uitstel van executie neem je als man-op-leeftijd maar al te gretig aan.

1-1-2011