kop_index

Kaartjes

De drukte op een zaterdags station valt wel mee. In de hal lopen wel wat mensen, maar ze lijken weinig haast te hebben. Ze zijn niet allemaal van plan de trein te nemen. Misschien halen ze hun vriendin of opa van de trein. Een enkeling staat achter een automaat te hannesen om een kaartje te scoren. En zo iemand zoek ik.

Maanden geleden hebben we in een Kruidvatactie twee kaartjes gekocht. Voor € 25 konden we op een zaterdag of een zondag heel Nederland door. Altijd mooi meegenomen. Welk weekend we zouden kiezen was iets van later zorg. Toen we op een vrijdag een paar weken geleden bedachten dat we - och da's waar ook - nog een dagje konden reizen, bleek dat de kaartjes alleen het weekend daarop nog geldig waren.

En juist in dat terminale weekend hadden we verplichtingen. Weg kaartjes! Jammer van het geld. Maar misschien, bedachten we, wil iemand anders ze wel hebben. Familie aangeboden, vrienden gevraagd, kennissen benaderd; allemaal vergeefs. Het ging net als in de bijbel: De een had een vrouw getrouwd, de ander een os gekocht.

Zo dreigden de goedkope kaartjes toch nog heel duur te worden. Verscheuren was de enige optie die overbleef, leek het.

Het zat me niet lekker. Iemand moest toch die kaartjes willen! De oplossing lag voor de hand. Ik nam me voor om net als in de bijbel weliswaar niet de bruiloftsgasten maar de reizigers van de straat te plukken voor een feestje. Ik wilde wel eens zien hoe mensen reageren als ze van een volslagen onbekende een cadeautje aangeboden krijgen.

Nu sta ik dus met mijn Kruidvatkaartjes in mijn hand en zoek een willekeurige passagier. Een dame-op-leeftijd komt op me af en zegt: 'U ook al?' Tegelijk laat ze zien wat ze in haar hand heeft: Kruidvatkaartjes. 'Ja', zeg ik, 'ik zoek er liefhebbers voor.' Op de toon van de ene zwarthandelaar tegen de andere vertrouwt ze me toe dat ze er € 15 voor vraagt. Daar sta ik van te kijken. Aan verkopen had ik nog geen moment gedacht. Voor handelaar ben ik dan ook totaal ongeschikt. Zelf wist ik dat al lang, maar zij moet het aan mijn gezicht gezien hebben, want onmiddellijk biedt ze aan, ook mijn kaartjes te verkopen.

Enigszins bedremmeld dank ik voor het aanbod en zeg vaag: 'Ik vind vast wel iemand die ze hebben wil.' Ik moet er niet aan denken dat we een discussie krijgen omdat ze mij als een marktbederver ziet.

Nou begrijp ik ook waarom de drie, vier reizigers die ik aanspreek, een beetje wantrouwig een smoes verzinnen om de kaartjes te kunnen weigeren. Iets cadeau krijgen zonder verplichtingen is hoogst onwaarschijnlijk. Mijn goede bedoelingen zijn verdacht. Ik ben een handige jongen. Een gladjanus. Een farizeeër. Of een tollenaar.

Dan maar liever de papierbak in met die rotkaartjes.

Op weg naar de uitgang kom ik een jong hand-in-hand-stelletje tegen. Het is met de nodige tegenzin, maar ik probeer het nog één keer. Ze gaan naar Eindhoven. De toon van lichte argwaan ken ik intussen. Mijn suggestie dat ze met mijn kaartjes vandaag ook nog naar Groningen of Maastricht zouden kunnen, breekt het ijs. 'Hoeveel wilt u er voor hebben?' vraagt de jongen en heeft zijn portemonnee al in zijn hand. (Verkopen is dus toch gebruikelijker dan ik dacht.)

'Je mag ze hebben', zeg ik. 'Ik kan ze niet meer gebruiken.'

Eerst kijken ze mij ongelovig en dan elkaar verliefd aan. Ze wisten het wel. Ze zijn voor het geluk geboren.

18 juli 2011