kop_index

 

Omkleden

Ik had al verschillende kinderen uit groep drie voorbij zien komen, toen Lieuwe eindelijk opdook tussen de wachtende moeders en grootouders. Hij keek niet om te zeggen vrolijk. Zijn tas bungelde aan zijn arm, zijn jas hing slordig om zijn schouders. In plaats van het opgewekte "Hallo Oop" kon er niet meer dan "Hoi" af. Sloffend liep hij naast me in de richting van zijn huis.

"Hoe ging het ?"
"Goed."
"Nog bijzondere dingen gedaan?"
"Nee."
"Heb je iets geleerd."
"Nee."
"Ben je moe?"
"[Hoofdschudden]"

Het gesprek liep moeizaam. Er wás iets.

Twintig meter verder zei hij met een gezicht van oude lappen: "Opa, ik heb geen zin om te gaan voetballen." Aha, dat was het dus. Over drie kwartier, als hij thuis een beetje bijgekomen was, zou de training van de pupillen beginnen. Lieuwe is nog geen fanatieke sporter, maar doorgaans gaat hij gelaten met zijn vriendje mee. Vandaag was het anders. Geen zin.
Het leek me het beste om er even niet op in te gaan.

Het glaasje cevitam was zeer welkom en het voedzame koekje deed wonderen. Hij pakte een stapel donaldducks en begon verwoed te lezen. Niet plaatjes kijken, nee, echt lezen. Dat kon hij al toen hij in groep twee zat. Maar de stimulans van de voorsprong op zijn klasgenoten van groep drie maakte hem nog fanatieker. Voor lezen dan.

Voor voetballen heeft hij nog steeds geen animo. En toch moet hij zich gaan omkleden. "Ja, dadelijk. Eerst deze bladzijde nog."
Ik laat hem maar even. Totdat de tijd begint te dringen.
"Lieuwe, kijk eens op de klok. Je komt te laat."
"Ik kan wel op de klok kijken, Opa. Dat kan iedereen. Maar ik kan de klok nog niet lézen."
Ik hoor meer irritatie dan verontschuldiging.
"Oké", probeer ik geduldig, "dat komt nog wel. Maar nu moet je opschieten want over een paar minuten staat de auto voor. Omkleden dus!"

Hij lijkt aanstalten te maken, maar het gaat niet van harte. Hij wil liever blijven lezen.

"Boven op mijn kamer in de rechter kast, onderin, liggen mijn voetbalspullen. Wil jij die even gaan halen, Oop? Dan ben ik zó klaar."
Hij kijkt niet van zijn lectuur op, want hij voelt dat dit een gewaagde actie is.
En dat vind ik ook.
"Lieuwe, ik ben je knechtje niet. Ga dat maar eens mooi zelf doen!"

Zuchtend staat hij op en hij klost de trap op.
Even later ligt het tenue beneden op het vloerkleed. Maar hij moet zich nog steeds omkleden.
Plotseling, na nog een ferme aansporing, schiet hij in een razend tempo uit zijn schoolkleren en in een mum van tijd staat hij in zijn voetbalplunje triomfantelijk voor me.

Hij kijkt me aan, spottend lijkt me, en zegt: "En, Oop, wat zeg je d'rvan?"

Ik zeg niks. Ik moet gelukkig zijn schoenveters nog wat strakker trekken.

18 oktober 2013