kop_index


Ongeluk

Het kinderfeestje was heel leuk geweest. Hoeveel kindjes van vier er uitgenodigd waren kon Lieuwe niet precies vertellen; ook niet of er meisjes bij waren. Zulke onbelangrijke details werden namelijk overschaduwd door een voorval dat grote indruk gemaakt had. Ze waren in een overdekte speeltuin geweest waar je hoog kon klimmen en hard kon rennen. Volgens Lieuwe was de jarige - zo noemde hij het middelpunt van de party - ook op school nogal wild en dat had in deze omgeving ernstige gevolgen gehad. Het ventje was van een hoog (blauw) toestel afgevallen en dat niet één keer maar twéé keer. Hij had daarbij een hersenschudding opgelopen.

'Een her-sen-schud-ding', zegt hij nog eens trots-nadrukkelijk. Het is ten eerste een moeilijk woord, hij kan het ten tweede prima uitspreken en hij bespeurt ten derde het succes in de vorm van schrik en nieuwsgierigheid bij zijn publiek. Já-á, een hersenschudding!

We vragen of hij weet wat dat is. 'Nou, dan schudden je hersens, hè. Simpel.' En hij weet ook waar je hersens zitten: hij wijst van boven naar midden op zijn hoofd. 'Daar zitten ze.''

Nu we toch bezig zijn, vragen we ook maar eens wat het gevolg van zo'n hersenschudding is. Het antwoord is voor Lieuwe geen probleem. 'Dan kun je niet meer goed denken.' De patiënt had daarvoor zelf het onomstotelijk bewijs geleverd: hij had twee keer gevraagd waar zijn snoepzak was. Daar hebben wij niet van terug.

We veronderstellen ook nog dat de gehersenschudde ook wel hoofdpijn zal hebben. Lieuwe wil dat graag aannemen, 'want hij viel zo Boem! op zijn hoofd'.

Om de gedachten wat te verzetten gaan we op deze zondag voor Kerstmis in de buurt de wenskaarten bezorgen. Even naar buiten, al is het kil. We spelen postbode. Bij elk postadres moet ik zijn stepje vasthouden en hij opent de klep van brievenbus, kijkt op zijn tenen staand door de gleuf naar binnen en deponeert de post.

De route voor tien kaarten is voor een vierjarige behoorlijk lang. Daar wordt hij toch een beetje moe van. Het trottoir is bovendien niet overal mooi vlak. Hier en daar liggen wiebelige tegels en ik waarschuw: 'Lieuwe, de step heeft kleine wieltjes en als het ergens een beetje ongelijk is, kun je lelijk vallen.' Hij neemt het ter kennis en past de consequenties vijf tellen toe. Dan gaat het weer hard.

En hij valt.

Hij krabbelt op, slaat met zijn handen het vuil van zijn jas en zegt: 'Ik had even een kleine hersenschudding.' Hij moet er zelf om grinniken.

 

20-12-2011