kop_index

Van oude mannen. De dingen die niet voorbijgaan.

'We moeten weer eens gauw bij elkaar komen.' Dat zeg je als afsluitend cliché na een gezellige bijeenkomst. Te gemakkelijk eigenlijk, want tegen de tijd dat het op daden aankomt, ga je twijfelen of er bij de anderen nog wel animo voor is. Je wilt niemand in verlegenheid brengen en jezelf een teleurstelling besparen. Dus laat je het initiatief over aan een anonieme ander. Gevolg: er komt niks van terecht, want zo denken ze allemaal.

Niet zo bij mijn eindexamenklas van de kweekschool. Wij gingen in de prehistorie, in 1960, uit elkaar en toen we ons dat nog nét konden herinneren, vijfentwintig jaar later, vonden we elkaar terug, onveranderd de een, onherkenbaar de ander. We herinnerden ons, verwonderden ons, bewonderden elkaar en spraken ten slotte het bovenstaande voornemen weer vrolijk en vol vertrouwen uit. Immers, de kleine zelfbenoemde commissie zou zich vast wel weer inzetten voor een volgende reünie.

En dat heeft ze gedaan. Vorige week vrijdag hadden we onze derde bijeenkomst. We waren er weer bijna allemaal. Grijzer en/of kaler, wijzer en/of trager, weemoediger, of juist kritischer, snedig en humoristisch, zwijgzaam en afwachtend, goedlachs en mild. 'Laten we zacht zijn voor elkander, kind...' Na zoveel jaren valt er niets meer te veroveren, is de pikorde vervaagd, de concurrentie zinloos. Dat praat een stuk makkelijker.

Schapen waren we in de jaren vijftig. Braaf en volgzaam tot in het absurde. Dociel en zonder weerwoord, afhankelijk en gezagsgetrouw. Toen we in de wereld onze eigen weg moesten vinden, begon het gezag door de troebelen van de zestiger jaren af te brokkelen en wat overbleef was de plicht tot voortdurende verantwoording. De onaantastbaarheid waarbinnen onze kweekschoolleraren nog onbekommerd hun gang konden gaan, was voor ons, hun opvolgers, niet meer weggelegd. Ons gezag vloeide niet vanzelf uit onze status voort, we moesten het aan onszelf ontlenen. En daarbij hebben we misschien toch nog gebruik kunnen maken van die autoritaire kweekschool, die heel wat meer kennis en kunde overdroeg dan de huidige opleiding. Denken we tenminste.

We willen het maar al te graag geloven. De herinneringen zijn ons te dierbaar om ze in wrok en bitterheid te dompelen. Zo zie je dat als milde, oude man met een jong hart (en soms zelfs dat niet). En we willen het er graag over hebben. Dus we kijken we uit naar een volgende keer, na een nog kortere periode, want je weet maar nooit.

Over twee jaar dus, oké, dan zijn we er weer, om te praten over hoe het was met Willy en Gerard en Theo en Wim en Ad en Chris.

Want zoals Jos in zijn mailtje pas geleden nog Nescio citeerde:

'Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf.'

13 mei 2013