kop_index

 

Parijs

Je kunt in de Parijse Métro niet voortdurend de medereizigers blijven aangapen, al zien ze er nog zo exotisch ut. Bovendien wil je wel zeker weten dat je op het juiste station parijs uitstapt, want het gerén trap-op-trap-af is vermoeiend en tijdrovend. Daarom richt je je blik dus steeds weer naar het schema van de lijnen dat in elke coupé op een paar prominente plaatsen te zien is.

We hoefden er niet naar toe, maar elke keer viel mijn oog op een stationsnaam op lijn 13, Malakoff, en vroeg ik me af wat die weinig Frans klinkende naam betekende. Omdat ik op vakantie was en dus geen informatiebron bij de hand had, kon ik niet meer doen dan me voornemen, er thuis eens een geschiedenisboek op na te slaan.

De terugreis naar Nederland verliep niet helemaal naar wens.
Om onduidelijke redenen was het laatste treindeel van de TGV afgekoppeld en de reizigers die daar hadden willen zitten, moesten een vrij plaatsje zoeken in de rest van de trein.
Gelukkig hadden wij vier plaatsen gereserveerd, dus wíj hoefden in ieder geval niet te zoeken, dachten we. Het liep anders: vier anderen – vluchtelingen uit het verdwenen treinstel – zaten prinsheerlijk op onze banken.
Met een kaartje in de hand konden we natuurlijk gemakkelijk bewijzen dat dit geen vrije plaatsen waren in de zin van de conducteur. Toch duurde het even voordat er drie zo vriendelijk alsnog een andere zitplaats te zoeken.

Meneer Nummer Vier keek ijzerenheinig naar buiten en deed alsof hij niets gehoord of gemerkt had. Daar stonden we dan, met vier plaatsbewijzen en drie zitplaatsen. In ons beste Frans en met het nodige misbaar probeerden we de oostindisch dove ervan te overtuigen dat hij fout zat - ook letterlijk -, maar zelfs mevrouw de conductrice kreeg hem niet in beweging. Hij klampte zich vast aan het regenachtige maartse landschap en het enige wat hij zei was: ‘J’y suis, j’y reste’. (Ik zit hier en ik blijf).
Dat Franse zinnetje had ik vaker gehoord. Het leek me een historisch citaat, maar ik wist niet meer van wie. 'Dat zoeken we op', wilde ik nog tegen hem zeggen, maar een Twee-voor-Twaalf-type leek hij me niet. Hield niet van spelletjes.
Om nog meer stennis te voorkomen, ben ik maar op een klapstoeltje gaan zitten.

Intussen had ik dus twee zaken die om opheldering vroegen.
Thuisgekomen begon ik maar eens met het laatste probleempje. Dat leek me het gemakkelijkst. En inderdaad, in Büchmanns beroemde ‘Geflügelte Worte’ vond ik:
Op 9 september 1855, in de Krimoorlog, had de Franse generaal Mac Mahon een belangrijke vesting bij Sebastopol veroverd. Zijn opperbevelhebber liet hem waarschuwen dat de Russen het vestingwerk letterlijk ondermijnd hadden om het te laten ontploffen, maar de generaal stuurde hem een met potlood geschreven berichtje terug: J’y suis, j’y reste.

En laat nou die vesting Malakoff heten!