kop_index

 

Safari

 

Op blote voeten in zijn nieuwe sandalen is hij niet zo gelukkig met een bosbodem van dennennaalden. Maar we zijn op safari en dan horen zulke ontberingen er nou eenmaal bij. Hij draagt mijn kleine verrekijker aan het koordje om zijn nek. Na een paar minuten is hij niet meer zo enthousiast over het toestel. Ik probeer hem bij te brengen hoe hij handig een vogel door de verrekijker kan opzoeken, maar hij heeft er moeite mee om er goed mee te kijken. De breedte van de kijker past nog niet goed bij zijn zesjarige ogen.
Hij geeft het op. Berustend en tegelijk verontschuldigend zegt hij: 'Ik gebruik hem liever niet, Opa. Ik vind het niet zo fijn. En ik heb mijn eigen ogen toch óók nog!'

Daar heb ik niet van terug. We verleggen onze aandacht; van de watervogels  - een paar wilde eenden vindt hij toch al niet spectaculair - naar de libellen. Bij tientallen vliegen ze boven het ven. Soms hangen ze secondenlang biddend in de lucht. Lieuwe ziet er helikopters in, die hem stilstaand de gelegenheid geven het groen, het blauw, het bruin en vooral het goud in hun outfit te onderscheiden. 

libellenTwee blauwe waterjuffers schokken parend door de lucht. Dat ze elkaar vliegend vasthouden vindt hij wel heel opmerkelijk. 'Ze zijn zeker verliefd', oppert hij. Dat is dan ook meteen de verklaring waarom de grotere libellen elkaar in een moordend tempo achtervolgen. 'Ze kunnen misschien wel de hele wereld over vliegen', lijkt hem. 

Tien minuten nu al staan we naar de insecten te kijken. 'Kijk, Oop, nu gaan ze allemaal dansen. Kijk eens hoe hoog ze gaan! Ze zijn heel blij, denk ik.'

Mijn kleinzoon van zes. Met zichtbaar interesse en stil plezier volgt hij de libellen op hun doelloze reisjes. Hij besluit zijn observaties met een onbetwistbare conclusie: 'Voor de libellen is de hele wereld een balzaal.' 

Ik wist het al langer - met zijn woordenschat zit het wel goed.

Één van zijn vriendjes beweert dat libellen gevaarlijk zijn omdat ze steken. Hij weet intussen wel beter. Je moet ze gewoon met rust laten. Dat heeft hij geleerd bij de 'Dodelijkste zestig', waar hij geen aflevering van mist. Libellen kwamen daarin trouwens niet voor.
Prikken dat doen brandnetels: overal om hem heen ziet hij ze staan. Hij loopt er behoedzaam omheen, want hij is er laatst in gevallen en dat was niet leuk. Hij had echt wel even moeten huilen. Het ijsje van Mama als troost was wel heel erg op zijn plaats geweest.

Als we in de auto stappen, zien we een buizerd hoog in de lucht zijn stille rondjes draaien. Het doet hem denken aan de zwemles. Als je zwembandjes draagt kun je in het water net zo zweven als die buizerd in de lucht. 

Ter afsluiting van onze natuurwandeling krijg ik zelf nog een kort maar nuttig lesje: het papiertje waar zijn koekje in gezeten heeft, draagt hij nadrukkelijk in zijn hand totdat hij een prullenbak gevonden heeft. Daar gaat het pontificaal in.

Hij kijkt me eens indringend aan en spreekt vermanend: 'Je moet zuinig zijn op de natuur, hè Oop!

 

13 juni 2013