kop_index

Speciaal

Als je als vierjarige een broertje of zusje krijgt, is dat een buitengewone gebeurtenis. Het is ook iets geheimzinnigs, dat je voortdurend bezighoudt. In gedachten ben je bij dat kindje in Mama's buik. Soms mag je even voelen en heel soms schopt het dan zachtjes tegen je hand.
Het is dat Mama het zegt, anders zou je het niet eens merken. Maar het kindje is er dus echt.
Je hebt er eigenljk al een beeld van.

En dan opeens vraag je je af, hoe dat kindje daar terechtgekomen is. Papa beantwoordt alle vragen, ook deze. Maar het is natuurlijk een heel groot supergeheimpje. Niemand mag het verder weten, op twee uitzonderingen na: Oma en Opa.

'Opa, weet je hoe het kindje in Mama's buik gekomen is?'

Opa kan kiezen uit drie reacties:
- Ja, natuurlijk. (Onbruikbaar; het slaat het gesprek dood.)
- Nee, vertel eens! (Achteraf zal ze onthouden hebben dat Opa dom is of leugenachtig.)
- Nou? (Rosie vertelt graag!)

'Nou,' zo begint ze altijd met een verhaal waarvan ze zeker is.
'Nou-ou' (met een boog in haar stem, die de overtuiging nog eens aandikt) Weet je, als de papa en de mama héél speciaal knuffelen, dan komt er een baby in de buik.'
Ze weet zeker dat ik plat zal gaan van verbazing. De triomf in haar blik verbleekt enigszins als ze denkt dat ik niet helemaal overtuigd ben. In werkelijkheid sta ik even mijn spontane reactie te verbijten.

Daar kan ze niet op wachten.
'Geloof je het niet, Opa?'
Ik krijg geen kans om te antwoorden. Voorkomen moet worden dat er nog meer twijfels rijzen.

'Doe het maar eens met Oma!'

Zo klein als ze is weet ze blijkbaar al dat elke theorie getoetst moet worden in de harde leerschool van de praktijk.