kop_index

Stoer

Warm is het niet, maar gezien de gevorderde novembermaand mogen we niet te veel klagen. Voor een rondje door de buurt met Lieuwe is het weer trouwens bijna altijd goed genoeg. Hij bestijgt daarvoor zijn loopfietsje en met flinke passen beent hij voor me uit. Ik moet denken aan negentiende-eeuwse plaatjes van mannen in slipjas en met een hoed op, die op houten trapperloze fietsen de brave burger van de straat joegen.

Lieuwe is geen haar minder. Oké, beetje kleiner en geen slipjas, maar hij is twee jaar en ook heel stoer. Dat staat als motto op zijn trui. Als je hem vraagt hoe stoer hij wel is, gaat hij met zijn benen wijd uit elkaar staan, plaatst zijn armen in bokshouding en kijkt zijn tegenstander met een diepe frons aan. Het vervaarlijke gegrom dat hij laat horen, zou zelfs een gorilla overtuigen.

Op zijn fietsje scheert hij rakelings langs de geparkeerde auto's en bij elke lantaarnpaal staat hij even stil, geeft er een flinke tik tegen en roept 'Doinngg!'. Als hij verder rijdt zegt hij achteromkijkend nog eens 'Dag paal'. Een mevrouw die op dat moment haar huis uit komt, moet ik uitleggen dat zij niet bedoeld wordt. Lieuwe groet de dingen, net als Marc in het gedicht van Paul van Ostaijen.

Slecht plaveisel op het trottoir verhoogt de kwaliteit van het avontuur. Een losliggende tegel is een welkome uitdaging voor zijn rijkunst. Het kan natuurlijk voorkomen dat je valt, maar als je stoer bent, heb je Opa alleen maar nodig om je fiets weer rechtop te zetten.

Oversteken is uiterst gevaarlijk. Dus zelfs een stoere bink kijkt heel goed uit. Geduldig laat hij elke auto voorbijrijden; dan pas steekt hij over. Een tijdje geleden bleef hij onverbiddelijk staan, ook al was er in geen velden of wegen een auto te bekennen. Een lege straat was pas veilig als er eentje voorbijgekomen was. Tijdens de overtocht blijft hij op zijn quivive en zelfs een geparkeerde wagen wordt wantrouwig benaderd.

Groot is zijn triomf als hij de overkant bereikt. Nu gaat hij echt 'rezen' zoals hij dat met veel bravour noemt. In zijn snelheid zou hij de de school van zijn grote zus zomaar voorbijrijden. Nog net op tijd stopt hij. Een blik naar binnen biedt uitzicht op een onbekende en hoogst begerenswaardige wereld. De juffrouw zwaait. Hij blijft zwaaien tot ze uit het zicht is.

Dag juffrouw.

Dag paal.

 

30-11-2009