kop_index

Verkering

Tussen de boterham met gezond en het sneetje met zoet komen de verhalen los. Elke week komen de kleinkinderen twee keer bij Oma en Opa lunchen.
En altijd is er weer iets interessants te vertellen.

Een paar maanden geleden bleek de oudste kleindochter (11) verkering te hebben. Dat moesten we natuurlijk wel weten. Ze was helemaal vol van hem. En hij van haar. Ze hadden hun relatie nauwkeurig gedefinieerd en bezegeld met een afspraak over wie ingewijd mocht worden en waar geheimhouding op zijn plaats was.
Soms kwam hij met andere jongens voorbij haar huis fietsen.

Toen we haar onze enthousiaste felicitaties aanboden, bleek dat ook onze kleinzoon (9) verkering had. Hij dacht dat we dat al wisten. Dat was dus niet zo.
Nou, hij wilde wel kwijt hoe het zo gekomen was.
Ze waren door een vriendinnetje bij elkaar gebracht, tijdens het speelkwartier, aan de rand van het plein. Ze had wat gedraald en geschutterd – hij begon al te begrijpen waarom, maar had zich van de domme gehouden – en toen kwam het hoge woord eruit: Wil je verkering met mij?
Hij had nog gezocht naar een uitweg door te vragen of dat moest, maar zij had daar ‘ja’ op gezegd en toen was er geen weg meer terug.
‘O goed dan’, had hij gezegd en dat was dan dat.

We hebben nog gevraagd wat die verkering dan inhield, maar daar kon hij geen duidelijkheid over geven.
‘Nou, gewoon, verkering hè’ was zijn schamele toelichting. Hij begreep wel dat we daar niet veel wijzer van werden en voegde er ter verontschuldiging aan toe, dat het natuurlijk niet zo serieus was als bij zijn zus in de bovenbouw.
Dat begrepen wij.

De verkering van de kleindochter bleek na enige tijd toch een blok aan haar been, dat zwaarder werd naarmate de klasgenoten zogenaamd grappige opmerkingen bleven maken. Met veel tact en invoelingsvermogen had ze haar vriendje tot ‘bestwelaardig’ gereduceerd.
Dat was een paar maanden geleden.

Zonder duidelijke aanleiding vroeg ze vandaag, alweer weken in het nieuwe schooljaar, opeens aan haar broertje of hij nog steeds verkering had. Hij dacht van wel.
‘Maar jullie doen nooit iets samen!’ zei ze met een uitroepteken.
Hij keek een beetje hulpeloos.
‘Je moet het gewoon uitmaken: je moet zeggen dat je haar nog best heel aardig vindt, maar dat je het geen verkering meer wilt noemen, omdat ze toch niet meer in jouw klas zit.’

Hij had geen bedenktijd nodig.
‘Ik doe niks. Ik wacht gewoon, tot iedereen het vergeten is.’

Probleem opgelost.
Hij moest zijn melk nog even opdrinken.