kop_index

ekster

DE EKSTER,
een twijfelachtige reputatie

'U hebt geluisterd naar een ouverture van Rossini, La gazza ladra', zei de radio-omroeper in de vijftiger jaren, toen de barokmuziek nog niet zo gewild was. 'De diefachtige ekster' gaf hij er als vertaling gratis bij. Zo werd het woord voor ekster, gazza, het begin van mijn beperkte Italiaanse woordenschat.
Ekster en gazza hebben op het eerste gezicht geen spoor van gelijkenis. Toch hebben ze dezelfde oorsprong.

In het Westgermaans, de geconstrueerde oorsprongtaal van Nederlands, Fries, Duits en Engels, kan een grondwoord *ago bestaan hebben, dat met de uitgang -striôn het Middelnederlandse aexter en exter werd. Ook het Friese akke (ekster) heeft daarmee bindingen. Met de uitgang -alstra werd daaruit het Duitse Elster.
Met weer een andere uitgang, namelijk -azza - en met weglating van de -a aan het begin - kom je bij het Italiaanse gazza. Voilà! Of in dit geval: Ecco!

  *ago+striôn --> aexter, ekster (NL)
*ago *ago+alstra --> Elster (D)
  *ago+azza --> gazza (I)

Dat grondwoord *ago is ook het uitgangspunt voor de eg, het werktuig met de spitse punten waarmee de boer de grote kluiten in de geploegde akker verkleint om een egaler bodem voor het zaaigoed te krijgen. Men denkt dus dat de ekster zijn naam ontleent aan iets spits in zijn uiterlijk. Sommigen denken daarbij aan de snavel, maar wie de vogel wel eens een beetje aandachtiger heeft bekeken zal eerder de lange puntige staart hebben opgemerkt.

In het Frans wordt de vogel pie of pie bavarde genoemd en in het Engels magpie. Dat pie hangt samen met het Latijnse naam voor de ekster pica.
Bavarde betekent zoiets als kletskous en in het Engelse woord magpie komt het eerste deel van de meisjesnaam Margaret / Mag, die symbool staat voor een praatziek mens. Ook in het Nederlands bestaat de uitdrukking 'praten als een ekster'.

In de Metamorfosen van Ovidius (43 v.C. - 18 n.C.) komen eksters voor, als Pallas Athene de Muzen bezoekt. Zij denkt dat iemand haar goedendag zegt, maar het geroep van de eksters zet haar op het verkeerde been. Ze hoort in de eksterschreeuw het Griekse woord chaire dat gegroet betekent. De Muzen leggen haar dan uit dat de eksters eigenlijk de negen dochters van Piërus, de Pereïdes, zijn.
Ze hadden het bestaan, om de (ook negen) Muzen uit te dagen tot een voordrachtswedstrijd, die ze vervolgens verloren. Omdat ze bovendien slecht tegen hun verlies konden, werden ze voor straf in eksters veranderd. Volgens Ovidius kunnen die vogels dan ook alles imiteren en zijn ze de kwaadspreeksters, de eeuwige kletskousen van het bos.

De ekster wordt ook veelvuldig van diefstal verdacht - la gazza ladra, zie boven - en misschien wel terecht. Zij (ekster is ook in het Nederlands vrouwelijk) schijnt aangetrokken te worden door glimmende voorwerpen die later in haar nest terug te vinden zijn.

Wegens haar onrustige gedrag is ze in vroeger tijden tot vogel van de epilepsie gepromoveerd. Als je een bordje ekstersoep gegeten had, ging de ziekte over. Maar wie er in gezonde staat van at, werd er juist ziek van. Het leven was vroeger ook heel ingewikkeld.

 

gans
ooievaar