kop_index

gaai

Vlaamse? Gaai of Meerkol of ...

De Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA) wil niets meer weten van de Vlaamse gaai. Hij heet officieel gaai.
Wat er Vlaams aan is, wist ik eigenlijk ook niet. Het Woordenboek der Nederlandsche taal zegt, sprekend over de gaai: 'Ontleend aan ofr. gai, en zeker 't eerst in Vlaanderen gebezigd gelijk ook uit de benaming Vlaamsche gaai blijkt.'

Herkomst
Gai
betekent volgens het WNT bont en verwijst ongetwijfeld naar de mooie kleuren. Het woordenboek gaat ervan uit, dat gai van Germaanse afkomst is en noemt daarbij het Oudduitse gâhi en middeleeuws Duitse jähe, dat met ons gauw samenhangt.

Welnee, zegt De Vries, het woord komt oorspronkelijk uit het Latijn: gajus/gaius. En dat is eerder een klanknabootsing dan de personennaam Gajus.
Maar Nicoline van der Sijs (Etym. Woordenboek van Van Dale) wijst erop dat wel meer dieren naar personen genoemd worden: kanariepiet, Engels robin voor roodborst en martin voor huiszwaluw. (Ze had trouwens ook nog jan-van-gent kunnen noemen.) Ze ziet die Gajus dus wel zitten. Mijn Engelse woordenboek is het helemaal met haar eens (of omgekeerd?), compleet met dezelfde Engelse voorbeelden.

Andere namen
Als die mooie vogel nou alleen maar gaai heette, dan waren we klaar. Maar in Brabant en Limburg noemen ze hem morkolf, markolf, melkorf of iets wat daar op lijkt. Ook dat schijnt van oorsprong een personennaam te zijn, namelijk Markolf, in het Latijn Marculphus. Het woord Markolf bestaat uit twee delen: mark (grensgebied, hier: rand van het bos) en wolf (een mannennaam, net als bv. in Wolfgang en Rudolf).

Sommige woordenboeken beweren dat de morkolf genoemd is naar de potsenmaker Marculphus in middeleeuwse verhalen over koning Salomon, maar een ander bewijs dan dat ook een grappenmaker was, wordt daarbij niet genoemd.

In Van Dale staat markolf/morkolf niet genoemd. Meerkol wel, de bekendste variant op gaai. Doordat dat woord zo lijkt op morkolf is het daarmee verward. Oorspronkelijk betekende meerkol namelijk meerkoet. (Kol verwijst naar de witte bles van de meerkoet.).

Het krioelt verder van de andere namen:
wouter(loot), wuit(en), wuiting, weute (rond de jongensnaam Wout)
en
klei- of broekekster, eikelaakster, spaanse ekster, houtekster, krijt- of schreeuwaakster (alsof de gaai een soort ekster is).

Oud West-Brabant
En dan hebben we (volgens Jos Swanenberg, aan wie ik een aantal gegevens te danken heb) nog het oud-West-Brabantse broekhannek, dat bestaat uit de personennaam Johannes en broek, dat volgens Post verklaard moet worden met een Keltisch woord brek, dat bont betekent. Hij ziet dat woord (in de vorm van merk, mark) terug in markolf.
Als dat zo is, zou de gaai in het Brabants toch weer naar zijn prachtige uiterlijk zijn genoemd.

Zoveel prachtige kleuren, zoveel schitterende verklaringen.
Och, het is een hobby, moet je maar denken.

 

gans
ooievaar