kop_index

gans

grauwe gans

De GANS,
cultuurhistorisch een oude makker

De naam van de gans is al heel oud. In talrijke indogermaanse talen vind je vormen die op het Nederlandse gans lijken. Zelfs in China – zegt De Vries – komt (n)gan voor, toch bijna Nederlands.

In ons middeleeuws Nederlands staat ze voor het eerst genoemd aan het begin van de dertiende eeuw: gans, soms ook goos.
Met die laatste vorm raak je de Engelse benaming goose, waarbij de –n- weggevallen is, een verschijnsel dat ook in het Nederlands voorkomt. Denk maar aan vijf en five, in vergelijking met het Duitse fünf of het Friese en Engelse us ten opzichte van Duits uns en Nederlands ons.

De Latijnse naam luidt anser, wat volgens de geleerden uit *hanser is ontstaan. De Latijnse h- aan het begin van een woord vind je vaak als g- bij ons terug; hostis bij voorbeeld vind je in gast terug.

Drie theorieën
Er zijn drie theorieën over de oorspronkelijke betekenis:

1.De meest voor de hand liggende is die van de geluidnabootsing. De eerste klanken van de geconstrueerde indogermaanse uitgangsvorm *ghan doen een gans na.

2.Duitse etymologen zien er ook het Duitse woord gähnen (gapen) in en ze denken dat ook de geopende bek bij het blazen van de gans een rol speelt. Maar De Vries ziet dat niet zitten: immers, hoe kom je van *ghan naar gaap-, vooral van -n naar -p?

3.Het Woordenboek der Nederlandsche Taal maakt het heel moeilijk. Het construeert een uitgangswoord *ghas dat glimmen, glinsteren zou betekenen en zou leiden tot de betekenis de glimmende, blanke vogel. Dat komt mooi uit bij de tamme witte gans, maar voor de grauwe gans lijkt het me onwaarschijnlijk.

Ganzensoorten
Er zijn meer ganzen.
De brandgans heet zo, omdat hij een zwarte nek heeft. Via brand – brandend stuk hout - verkoold hout kun je bij zwart komen. (Een brandvos heeft een zwarte staartpluim.)
De rotgans wordt genoemd naar het geluid dat ze maakt.
En dan is er nog de kolgans die inderdaad een kol heeft, een witte bles.

Cultuurhistorie
Ganzen worden – getuige uitdrukkingen als ‘domme gans’, ‘maak dat de gans wijs’ ‘hij preekt voor de ganzen’ – voor weinig intelligent versleten. Toch heeft ze als huisdier een groot deel van onze beschaving meebeleefd. Dat mag je uit de leeftijd van het woord wel concluderen.

In de oudheid werden ze aanvankelijk vaak als siervogel of als heilig dier gehouden. Later begonnen de veren en het smakelijke vlees aantrekkelijk te worden.

Vader Cats heeft gezegd: Een gans waeckt op het hof, een hont ontrent het huys. Ganzen op een erf gedragen zich inderdaad als waakhonden. En dat doen ze al heel lang: toen de Galliërs Rome dachten in te nemen door een nachtelijke overval, waren ganzen wakker genoeg om het Romeinse garnizoen te wekken.

In de kathedraal van Barcelona is een binnenplaats waar dertien levende witte ganzen de reinheid van de Heilige Eulalia symboliseren en met hun aantal de leeftijd aangeven waarop ze werd vermoord. (zie beneden.)

Niet voor de ganzen gebrouwen
Tot slot nog een uitdrukking: Het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. Volgens Van Dale is het een aanmoediging om het ‘maar’ op te drinken. Wat ik me nou afvraag is, waarom de ganzen in dit verband genoemd worden. Op een Duitse site las ik dat Dionysos, de god van de wijn, de mensen geleerd heeft bier te brouwen, zodat ze niet als de ganzen en de eenden water hoeven te drinken. De uitdrukking zou dan betekenen dat je door niet te drinken de goede gaven van de godheid versmaadt.

Een ander woordenboek geeft aan dat je het gezegde gebruikt als je iemand aanmaant het bier niet te laten verschalen. Werd het afvalbier soms gebruikt als mestdrank voor de ganzen?

Als mensen er dik van worden, waarom een gans niet?

ganzen_barcelona

 

 

gans
ooievaar