kop_index

OUDE VOGELS

Het woord staat vooraan in het oudste Nederlandse versje, dat we op perkament hebben teruggevonden. Op het schutblad van een handschrift met Latijnse teksten heeft een monnik omstreeks 1100, om zijn ganzenveer uit te proberen, een beetje verveeld of misschien uit echt liefdesverlangen, wie zal het zeggen, een gedichtje in het West-Vlaams geschreven.

vogala

Er is veel discussie nodig geweest om te bepalen wat er nu eigenlijk staat. Waarschijnlijk luidt het prille begin van de Nederlandse literatuur aldus

Hebban olla uogala nestas hagunnan /
hinase hic enda thu /
uuat unbidan uue nu.

(Alle vogels zijn met hun nestjes begonnen,
behalve jij en ik;
waar wachten we nog op).

Het duo trouwen-nestje-bouwen is blijkbaar al heel oud. Frans Bauer put uit een rijke traditie.

Maar waarom heet een vogel vogel? In het Duits wordt hij ook Vogel genoemd, in het Fries heet hij fugel en Zweden zeggen fågel. Die woorden lijken zo op elkaar dat men aanneemt dat ze uit dezelfde bron komen, het Germaans. Volgens de geleerden hangt vogel samen met een oud woord voor vliegen, dat wellicht *flug geluid heeft, maar of het er ook van afstamt, durven ze niet met zekerheid te zeggen. De l-klank in het begin van vliegen ontbreekt in vogel en men is het er niet over eens hoe die verdwenen zou kunnen zijn.

Het Engels, toch ook een Germaanse taal, valt met bird uit de toon. Waar dat woord vandaan komt, weet men niet. Het Engelse woord fowl is het neefje van ons vogel. Het betekent 'kip'; de nuttigste huisvogel, zou je kunnen zeggen. De Engelse poelier gebruikt het voor 'gevogelte'. De -g- is weggevallen zoals ook bij b.v. rain / Nl. regen.

Nog een opmerking over onze eigen vogel. In dialecten in Vlaanderen, Zeeland en Holland zegt men veugel. De o-eu-wisseling komt meer voor; soms is het woord met -eu- het dialectwoord, soms dat met -o-.
Vgl. zoon / zeun, molen / meulen, sleutel / slotel, vleugel / vlogel.

Het grote Woordenboek der Nederlandsche Taal wijdt ettelijke bladzijden aan het woord vogel. Het komt voor als beeld van vrijheid, vreugde, beweeglijkheid, snelheid en onbezorgdheid, maar ook van onstandvastigheid en onzekerheid.

Het WNT is een bron van onverwachte vondsten, zoals de volgende: Volewijk, een deel van Amsterdam, heet eigenlijk Vogelwijk en was vroeger de naam van een buitendijks stuk land aan de overkant van het IJ. Het was vooral bekend als plaats waar misdadigers werden terechtgesteld.
Als je bedenkt dat vogelvrij betekent 'overgeleverd zijn aan de vraatzucht van de vogels', wordt de naam echt luguber.
Dat het woord me ook herinnert De Volewijckers, toont aan dat een tekstje over vogels toch weer bij het voetballen kan uitkomen.

 

gans
ooievaar