kop_index

pimpelmees

MEZEN,
van ossebollekes en plakkers

Als je 'tsjurrrrr' hoort, hoor je een staartmees; en reken erop dat hij nooit alleen is.
Hoor je een 'zilveren klokje' dan is er een pimpelmees aan het woord.
En de koolmees roept 'Kommt Zeit, kommt Zeit, kommt Zeit' of 'Zeit ist da, Zeit ist da'. Ook in Nederland.
Zelfs in Holland.

Etymologie
De mees (Duits Meise) heette in het middeleeuws Nederlands mese. In het Engels heette hij vroeger mose; de benaming van de muis heeft ervoor gezorgd dat de vogel in Engeland nu titmouse heet.

De meeste woordenboeken gaan er in voorzichtige bewoordingen vanuit, dat een Noors dialectisch woord meis nog de oorspronkelijke betekenis van mees bewaard heeft: klein, dun, zwak. Ook in het Vlaamse woord mijzelregen (motregen) en mijzelen (miezelen) zou die betekenis nog aanwezig zijn.

Het vogeltje heet dus eigenlijk kleintje en volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal wordt het in figuurlijk zin vaak gebruikt om iets kleins en weinig waardevols uit de drukken. De spreekwoordelijke dooie mus schijnt hier en daar ook een dooie mees te zijn.
En wie in Duitsland eine Meise (unterm Pony) heeft, kan net zo goed einen Vogel hebben: hij is getikt.

Pimpelmees
De koolmees heet naar zijn zwarte kop, de naam kuifmees spreekt ook voor zich, maar wat zit er achter de pimpelmees? Volgens het WNT kan het eerste deel samenhangen met een Noordduits woord pimpeln (zwak zijn) en pimpelig (teer van gezondheid), waarbij ook aan een Engels woord pimping, pimpy (klein, zwak) kan worden gedacht. Van der Sijs vraagt zich af of het ook met pimpelpaars (dus blauw) kan samenhangen. Ze twijfelt omdat pimpelmees eerder is aangetroffen dan pimpelpaars. Verder oppert ze de mogelijkheid dat pimpel (ook) een klanknabootsende vorm is.
Het vierdelige 'Etymologisch woordenboek van het Nederlands' (o.a. van Marlies Philippa) staat wel even stil bij pimpelen en pimpeltje (klein glaasje), maar wijst erop dat pimpelmees eerder voorkomt dan pimpeltje. Misschien is dat glaasje dus wel genoemd naar de pimpelmees!
Dit woordenboek beschouwt pimpel in pimpelmees als een gewestelijke, Vlaamse nevenvorm van pepel of pumpel dat geleend is uit het Latijn: papilio, 'vlinder'. (Vgl. een pimpaljoentje, de West-Vlaamse naam van een lieveheersbeestje.)

Quizje
Nog even iets voor de quiz:
- In Haarlem en omgeving schijnen vroeger plakkers rondgevlogen te hebben. Heb jij een idee?
Het zijn koolmezen. Het woord plakker zou 'gevlekte' hebben betekend en dus duiden op de vele kleuren.
- Welke mees heet ook wel ossebolleke? Goedzo, de staartmees.
- En wat is een tuiltjeskaasmees? Inderdaad, een kuifmees.

Kaasmees
Hoezo kaasmees?
Volgens sommigen kun je een (kool)mees met jonge kaas in leven houden. (Don't try this at home.)
Anderen denken dat de naam kaasmees komt van zijn roep: 'koek en kees', 'koek en kees'.
Jos Swanenberg wijst me erop dat het element kaas- waarschijnlijk samenhangt met het Luxemburgse Kues, Kuescht, Koast, Kaascht, dat 'knoestige alleenstaande eik, beuk of perenboom' betekent. Het grondwoord daarvoor is cassanus, eik. De kaasmees is dan genoemd naar zijn nestelplaats in holle eiken.

Zij
Tot slot: Vreemd vind ik dat er een woord zij heeft bestaan dat uitsluitend het koolmeesvrouwtje aanduidde. 'Ik heb vandaag weer een zij gezien'.
Ik vraag me af, wat de functie is geweest van die aparte naam. Zou er op mezen gejaagd zijn? Maar waarom dan? Je kunt ze niet in een kooi houden, lijkt me; ook niet met kaas. Dan blijft alleen consumptie over en zouden zij-en lekkerder zijn dan mannetjes?
Dat een kip een andere naam heeft dan een haan, ligt om praktische redenen voor de hand. Maar wat koop je ervoor bij een meesje?

Misschien is het dit: de eieren worden alleen door de zij bebroed. Als ze nou heel lekker zijn, heeft het wellicht zin het onderscheid te benoemen. Hoewel, het zijn maar piepkleine eitjes.
Maar anders weet ik het ook niet.

 

gans
ooievaar