kop

merel

DE MEREL,
een stedeling uit het bos

De etymologische woordenboeken die ik raadpleeg, geven in grote lijnen de volgende woordontwikkeling aan. Uit een Indogermaans stamwoord *ames- / *ams- / *oms- (het sterretje geeft aan, dat het om een op grond van klankwetten gereconstrueerd woord gaat) ontwikkelt zich Latijn merula, Volkslatijn *merla, Frans merle en Nederlands merel. De oudste vermelding in het Nederlands stamt uit de eerste helft van de 13de eeuw.

Opmerkelijk is dat het Latijnse merula zowel de vogel als een vis aanduidt: de wijting, een soort schelvis.

In dialecten links van Rijn in Duitsland wordt de vogel merle of merlink genoemd. Ook daar is dus de Latijnse benaming blijven bestaan.

Amsel
Officieel heet de vogel in het Duits die Amsel. Er is een theorie die concludeert dat Amsel van dezelfde Indogermaanse stam is afgeleid als het toch zo verschillende woord merel. Het woord *ames zou via een Westgermaans woord *amuslôn in het Oudengels ôsle, in het huidige Engels ousel, ouzel (lijster) geworden zijn. Dat Westgermaanse woord komt in het Oudduits als amsla (9e eeuw), amsala (12e eeuw) en in het moderne Duits als Amsel terug.

*ames-/
*ams-/
*oms- -->

merula
(lat.)-->

merla (volkslat).--> merle (Fr)--> merel (Nl)

*amuslôn -->
westgerm.

ôsle (Oudeng.)-->   ousel, ouzel (Eng.)
amsla -->
(oudduits)
amsala -->
(oudduits)
Amsel (D)


Vreemd vind ik dat al deze wijsheid wel vertelt waar het woord zijn oorsprong heeft, maar niet wat merel oorspronkelijk betekend moet hebben.

Gieteling
In Nederland heette hij vroeger ook wel zwarte lijster, tegenwoordig is merel de gebruikelijke naam. Als ik met mijn familie in Achterhoek praat, noem ik hem gieteling. Die naam gebruikt men ook in Drente en Groningen. Waar hij vandaan komt, is onbekend. Dat is te zeggen, Weijnen oppert een verband met geit of met het middeleeuwse Duitse woord giudo dat jubelen betekent.
Een lezer van de site (Hans) wijst op de overeenkomst met het woord git, dat met zwart geassocieerd wordt: de zwarte vogel, dus. Niet onmogelijk lijkt mij.
Nou ja, we weten in ieder geval wel dat -ink of -ing een uitgang is, die in een aantal andere diernamen voorkomt: groenling, taling, wijting, haring, spiering, bunzing. En merlink, zie boven.

Van bos naar stad
Ik heb als kind lang gedacht dat een gieteling een andere vogel was dan een merel. Hij was toen ook nog lang niet zo algemeen als nu. Nog vroeger, aan het begin van de 20ste eeuw, was het een schuwe bosvogel die vanwege zijn zang en daarom als kooivogel geliefd en bekend was. Maar hij kwam niet graag uit het bladerdek of het struikgewas te voorschijn.

Tegenwoordig is hij nog gewoner dan een mus en brutaler dan de spreeuw. Maar zingen kan hij. Al vroeg in het voorjaar laat hij zijn orgeltonen klinken en tot ver in de zomer houdt hij het vol. Iemand heeft me ooit verteld dat je na 20 juli geen merelzang meer hoort. Ik let er al jaren op: het klopt.

 

gans
ooievaar