kop_index

huismus

huismus

DE MUS
een beetje minder alledaags

Jan Hanlo: De Mus

Tjielp tjielp - tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp - tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp

Tjielp
etc.

Etymologie
Over de etymologie van het woord mus zijn alle geraadpleegde woordenboeken het eens. In een tekst van rond het jaar 1000 is het woord musca gevonden. In de middeleeuwen wordt het vogeltje met mussche, mussch, mosch aangeduid. Ook in gebieden in Duitsland (in het noorden en langs de westgrens van Nederrijn tot Trier) kende men vroeger en kent men misschien nog wel musche.
Het grondwoord is het (volks)latijnse *muscio, een afleiding van musca (vlieg), ook terug te vinden in het Franse mouche.

De woordenboeken komen tot de conclusie dat mus zoiets als vliegenvanger betekent. Merkwaardig eigenlijk, want zijn menu bestaat toch niet hoofdzakelijk uit vliegen. Misschien moet je vlieg een beter ruim nemen. Insecten staan denk ik wel op zijn spijskaart.
Ik zou me ook kunnen voorstellen dat een mus de vlieg onder de vogels was, even lastig en soms schadelijk, en even talrijk.

In het Woordenboek van de Nederlandsche Taal staat mosch als nevenvorm genoteerd. Toen ik dat las, moest ik denken aan 'Malle Pietje' uit de kinderserie Swiebertje, die pijn in zijn 'rog' had in plaats van in zijn 'rug' en last van 'moggen'. Misschien kwam Pietje uit een streek waar ze de korte -u- als -o- uitspreken.

Verwarring
Bij mussen geeft dat verwarring. Als het heel warm is, gapen de mussen op het dak. Het is voor mij altijd een vraag geweest of de vogels bedoeld worden of de mossen, die bij droogte ook openingen gaan vertonen. Volgens het WNT betreft het hier de vogels: 't Was zoo warm, dat de musschen zaten te gapen op de dakgoot van het schoolgebouw.' En even verder: 'dat de mosschen op het dak gaapten'. Ik moet toegeven, soms zie je vogels bij warm weer met open bek rondhuppelen.
Maar we zeggen ook dat de mussen van het dak vallen. Zouden dat dan mossen zijn, want van de vogeltjes kan ik me dat niet goed voorstellen.

Minder
De huismus is eeuwenlang het gewoonste vogeltje van Nederland geweest. De laatste tijd zit er een beetje de klad in. Je ziet ze veel minder, maar misschien gaan we ze daardoor wel weer waarderen.

Het Woordenboek van de Nederlandsche Taal weet er weinig goeds over te vertellen (Artikel MUSCH uit de periode 1904-1913):
'De musch is een kleine, onaanzienlijke vogel, van weinig of geene waarde.'
'In den bijbel wordt meer dan eens gezegd dat God ook voor eene musch zorgt, hoe gering zij is onder de schepselen.'
Ze staan 'bekend als gulzig en brutaal'; ook 'uitgelaten en niet slim'.
En om het helemaal erg te maken: ze zijn 'zeer gesteld op het wijfje'.
Daar kan onze mus het mee doen.

ringmus

ringmus

 

gans