kop_index

wielewaal

De WIELEWAAL, het woudkind en de hop

Kom mee naar buiten allemaal
dan zoeken wij de wielewaal.
En horen wij die muzikant,
dan is zomer weer in ’t land.
Dudeljo-ho klinkt zijn lied,
dudeljo-ho klinkt zijn lied,
dudeljo-ho en anders niet.

Na Vader Jacob stond dit lied op het repertoire van de lagere school om ons het canonzingen bij te brengen. Om te laten zien, hoe een wielewaal eruitziet, heeft de meester met de aanwijsstok op een mooie wandplaat van Koekkoek gewezen. Hij kon ervan uitgaan, dat we er nog nooit een in het echt gezien hadden.

De eerste echte wielewaal heb ik gehoord en na veel moeite ook gezien toen ik al ver in de twintig was; later nog wel een paar keer, maar niet vaak. Hij kan zich uitstekend verbergen. Je zou denken dat de uitbundige kleuren flink zouden opvallen, maar boven in de zomerse boomtoppen, waar hij zich meestal ophoudt, zijn er nauwelijks betere schutkleuren denkbaar. Je moet dan ook geduld en geluk hebben om hem te zien.

Etymologie
De naam bestaat uit twee delen. Met een wiel heeft het beest niets van doen. Je kunt er wel vanuit gaan, dat wiele afkomstig is van de germaanse woordstam *withu, die je ook terugvindt in Widukind. (We waren toch al in de lagere school, dus nog maar even een geschiedenislesje: Widukind, een Saksische heiden, vocht tegen Karel de Grote, maar moest zich na een aantal nederlagen in 785 laten dopen.)
Withu betekent ‘woud, bos’.

Wat –waal betekent is niet helemaal duidelijk. In dat geval vlucht men als het om vogels gaat, meestal naar het geluid: -waal is waarschijnlijk een klanknabootsing.
Kán natuurlijk.

In het Engels bestaat het woord ‘hickwall’ voor specht. Daar vind je de –waal terug. De wielewaal zou tot de 16e eeuw zoiets als ‘woodwall’ geheten hebben; ook met een variant op –waal dus.

Tegenwoordig heet hij in het Engels oriole en in het Frans loriot. Het komt van het Latijnse aureolus wat –heel toepasselijk – sierlijk van goud gemaakt betekent. (Engelsen schijnen hem ook Golden Oriole te noemen. Dubbelgoud, dus.)

De wielewaal heet in het Duits Pirol. Vroeger was er ook een Duitse wittewale, maar in de middeleeuwen werd hij bruoder piro genoemd, een simpele klanknabootsing. Piro klinkt als bier en dus er ontstonden allerlei vrolijke varianten: Bierolff, Bierholer, Biereule, Bierhahn. Zelfs een adellijke titel als Herr von Bülow komt hier en daar voor.

hop

Hop
Er is nog een vogel met de stam withu in zijn naam: de hop, die in het middelnederlands wedehoppe en in modern Duits Wiedehopf heet. (Vroeg middeleeuws Duits wituhopfo, wituhoffo).
Van het deel dat in het Nederlands overgebleven is, hop, wordt beweerd dat het iets met huppelen te maken heeft, maar dat lijkt niet erg waarschijnlijk. In veel andere talen, waarin het woord huppelen niet bestaat, lijkt de naam van de vogel op de Nederlandse.

Hop zal eerder de nabootsing van zijn geluid zijn: oepoepoe.

Verhalen
Deze zeldzame vogel met zijn vreemde, bonte uiterlijk heeft de fantasie van de mensen blijkbaar veel beziggehouden.
Zo werd van hem verteld dat de jonge vogels hun veren uitrukten en ze aan hun ouders gaven om hen weer jong te maken. En als vogels al zo van hun ouders houden, kan een mens toch niet achterblijven, was de boodschap.

De roep van de hop betekende regen of soms goed weer, oorlog en slechte tijden, maar ook goede wijn. Je kon er dus alle kanten mee op.

Zijn kop, oog, tong, hart brachten geluk, aanzien en gerechtigheid. Als je zijn kop tot poeder vermaalt en het in je schoenen doet, krijg je de kracht van drie volwassen mannen....

Het vreemdste is wel het bijgeloof dat je een steen, die je uit het nest van de hop haalde, onder het hoofdkussen van een slapende moest leggen. Die ging dan namelijk al zijn (of haar) geheimen verklappen.
En wie die steen in een ring verwerkte, werd geliefd bij zijn omgeving. Ook nooit weg, natuurlijk.

Praat een gelovige al die dingen maar eens uit zijn kop, als je nooit een hop ziet, laat staan een hopsteen.

gans
ooievaar