350 jaar geleden:

1661

geboortejaar van onze oermoeder, Aleidis Gipmans


ostade

Adriaen van Ostade:
* Haarlem, 10 december 1610
† Haarlem, 28 april 1685

Interieur boerenhuis

Het huis van Aleidis Pieck zal er wel ongeveer net zo hebben uitgezien. Eén grote ruimte die drie functies verenigde: de woonkamer (een tafelachtig ding en wat krukken), de slaapkamer (een bedstee met wasdrooginrichting) en de keuken. De schouw is zowel verwarming als kookplaats. Boven het vuur hangt de kookpot, die voor de maaltijden wordt gebruikt.

Stamppot
De kans dat er een eenpansgerecht op tafel komt is groot: het moet allemaal uit deze pot komen. Pas toen er een fornuis kwam in de huizen - en dat was pas na 1850 - kon moederdevrouw meer gerechten tegelijkertijd bereiden. In 1660 werd er ook uit één pan gegeten. Lepels bestonden al wel, maar vorken kwamen pas later algemeen in gebruik. De vorm van veel gerechten was dan ook in meer of mindere mate vloeibaar: de brij. Ik stel me voor dat het zoiets was als de erwtensoep-van-de-tweede-dag: je lepel kon er rechtop in staan. Voor bouillonsoep moest je vlees hebben en dat hadden alleen rijke mensen regelmatig.

Ingrediënten
De gerechten waren sobertjes: vlees misschien op zondag, eieren, melk of kaas ook maar af en toe. Als groente dienden vooral kool en peulvruchten (met name erwtensoorten) en verschillende soorten graan waren basisvoedsel: gerst (gort en grutten), boekweit, haver, spelt en rogge. Aardappelen werden pas rond 1750 het algemene volksvoedsel. Tarwe was er nauwelijks, want dat werd in Nederland alleen in Zeeland verbouwd. Als het woord brood viel, dacht men vooral aan roggebrood. (Dat was trouwens tot in mijn jeugd zo!) Geen boter, wel reuzel (smout; 'smalt', zeiden wij). Echt wittebrood was er amper: het hoorde in de categorie onbetaalbare luxe. Toen het hier en daar ook voor gewone mensen beschikbaar was, werd het zelfs als beleg op het roggebrood gebruikt.

Aleidis en wij
Aleidis zou niet weten wat ze zag als ze bij ons mocht aanschuiven. Veel gerechten zou ze niet kennen, pasta's, rijst, friet. Ze zou niet begrijpen waarom we niet vet eten terwijl we toch zo rijk zijn: vet is immers hard nodig als je moet werken!
Ik denk dat ze een toetje wel zou waarderen. In haar tijd waren suiker en andere zoetwaren in opkomst en dus exclusief.

Over het grote assortiment van soep-, maaltijd- en dessertborden in de keukenkast en op de tafel zou ze haar hoofd schudden, waarom wij met mes en vork eten zou ze niet begrijpen. En waarom slurpen, smakken en boeren we niet? We vinden het toch allemaal zo lekker? Zij is dat gewend.

 


Een kijkje op de wereld van 1661:

De 80-jarige oorlog is nog maar 13 jaar voorbij. De mensen in Kellen hebben waarschijnlijk meer last gehad van de 30-jarige oorlog (1618-1648).

In Frankrijk is de Zonnekoning, Lodewijk XIV, de baas. Hij valt Nederland in 1672 aan.

Het paleis op de Dam in Amsterdam is net af.

Johan de Wit is nog volop aan de macht; pas 11 jaar later wordt hij met zijn broer Cornelis in Den Haag gelyncht.

Johannes Vermeer schildert in Delft, Joost van den Vondel dicht in Amsterdam.

De verf van de Nachtwacht is nog nat; Rembrandt werkt in 1661 aan de Staalmeesters.

staalmeesters

Vier jaar later is zijn huisgenote Hendrickje Stoffels slachtoffer van de laatste grote pestepidemie in Nederland (24000 doden).