kop_illustratie
gen 0 gen 8.2 gen 8.3b gen 8.3c

bou
man
1

bou
man 2
haf
kens 1
haf
kens 2
haf
kens 3

Generatie 6 Albertus (1834-1876)

Henricus en Johanna hebben vijf kinderen:

We beginnen onderaan.

Hendrika en Grada
Als Hendrika op dinsdag 29 december 1845 bij de burgerlijke stand van Westervoort wordt aangegeven, is ze al drie dagen oud. De leeftijd van haar vader, één van de drie ondertekenaars van de akte, wordt op 46 jaar gesteld, maar dat wordt hij pas op 23 februari van het jaar daarna. Hij heeft ene Johannes Hooijman (winkelier, 31) en Hendrik Derbergen (arbeider, 45) meegenomen. Dat de laatste niet kan schrijven, wordt blijkbaar niet als bezwaar gezien. Ze zullen na de aangifte wel een borreltje gedronken hebben, en dat kan zonder lezen en schrijven.

Westervoort in 1849.
Volgens het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van A.J.van der Aa uit 1849 telde het dorp Westervoort 920 inwoners, die samen over 122 huizen beschikten. In de dorpjes die de gemeente Westervoort vormden woonden een kleine honderd mensen. De gemeente (met inbegrip van het buurtschap IJsseloord) had een oppervlakte van '764 bunder, 49 vierkante roeden en 50 vierkante ellen'. Nu zouden we zeggen: 7644950 m2, dus ± 7,6 km2. Er woonden 162 gezinnen in 131 huizen.
De Westervoorters verdienden hun geld hoofdzakelijk in de landbouw en in ´een weinig handel in vee´. Ook was er een steenbakkerij en een windkorenmolen.
Van de inwoners waren er 740 katholiek. Ze bezochten de Werenfried-parochiekerk uit 1841, waar de pastoor van Loo de leiding had .
De hervormden (290) beschikten over de kerk die vóór de reformatie aan de katholieken had behoord. Het dorp had één school met doorgaans 90 leerlingen.

Westervoort lag aan de grindweg van Arnhem naar Zevenaar, die werd geflankeerd door vele fraaie boerderijen en buitenverblijven. Waar de weg de IJssel kruiste had een brug gelegen, die in november 1813 door 'krijgsoperatiën' verdween. Tot 1844 werden de mensen met een pont overgezet. In dat jaar werd er een schipbrug gebouwd van 14 vaartuigen. Die brug lag er ook nog in 1865. (Zie kaart Westervoort, generatie 7b.)

Hendrika is later getrouwd met Antonius Greven met wie ze zes kinderen kreeg, twee jongens, vier meisjes. Op een kadasterlegger wordt vermeld dat er in 1911 een scheiding van percelen plaatsgevonden
heeft, waaruit we misschien mogen concluderen dat enige tijd daarvoor Antonius overleden is. Hendrika zelf sterft op woensdag 9 mei 1931, 85 jaar oud.

Grada is op 9 juni 1842 geboren, ze is getrouwd met Johannes Everhardus Mulder en (als moeder of kinderloos, ik weet het niet) op 9 mei 1907 gestorven.

Peter; één of twee Peters?
Peter is geboren op 16 juli 1839 in Westervoort. Als zijn moeder, Johanna Berendsen, in 1880 gestorven is, gaat hij naar de instanties om dat te melden, maar als zijn leeftijd wordt 47 aangetekend, terwijl hij nog maar 40 is. Is er dan een andere Petrus?
Bovendien trouwt er een Petrus met Arnoldina Knaken en er worden kinderen geboren die Petrus als vader en Arnoldina én Everdina Knaken als moeder hebben.

Van Everdina kan ik nergens een geboorte- of sterfdatum achterhalen, van Arnoldina wel: resp. 11 oktober 1835 en 22 mei 1903. Haar vader, Evert, kan niet schrijven, vermeldt de geboorteakte.
Ik denk daarom dat Everdina en Arnoldina, maar ook Peter en Petrus één vrouw en één man zijn, temeer omdat een Petrus die op 4 april 1880 47 jaar is, geboren zou moeten zijn tussen 5 april 1832 en 4 april 1833, terwijl Henricus en Johanna pas op 17 mei 1833 getrouwd zijn.


Peter trouwt op 4 mei 1865 met (daar houden we het op) Arnoldina Knaken. Volgens de huwelijksakte is ze 29 jaar en dienstmeid van beroep. Haar moeder, Margaritha de Beyer, leeft niet meer, haar vader, Evert, is arbeider en woont in Duiven. Zoals te doen gebruikelijk is worden de geboortebewijzen en een afschrift van de overlijdensakte (‘doodextract’) overlegd, alsmede het bewijs van ‘Voldoening aan de Nationale Militie van den Bruidegom’.
De bruidegom is 25 en strodekker, net als vader en grootvader.
Er zijn vier getuigen: Albertus, oudste broer van Petrus; Arnoldus, broer van Arnoldina; Johannes Huyer en Adrianus Snelders, vrienden.

Elders wordt van Peter gemeld dat hij slager of slachter was.

Peter en Arnoldina krijgen zeven kinderen, vier meisjes en drie jongens, van wie er vijf volwassen worden; een zevende kind, een jongetje, wordt levenloos geboren en de jongste zoon, Hendrikus Albertus, sterft al in 1889, op zijn 13de.
De overgebleven zoon Everhardus Hendrikus trouwt met Maria van Essen en is slager te Westervoort, evenals zijn zoon en kleinzoon, die in 2006 nog in een slagerij in Arnhem werkte.


De oudste dochter heet Hendrika Maritha (*1866) en trouwt met Jan Baptist Marcelis uit Poppel (België). Na omzwervingen naar Arnhem en Lonneker, komt ze in Tilburg te wonen, waar haar man blijkbaar werk vindt in de textielindustrie. Als ze in 1935 sterft is ze moeder van vijf kinderen.

Peter, de strodekker/slachter woont op Kerkpad 1 in Westervoort, een straat die tegenwoordig Kerkstraat heet.

Hij sterft als weduwnaar van Arnoldina op 14 januari 1915; hij is dan 75.

Gerharda
Gerharda is het tweede kind en de oudste dochter van Hendrik en Johanna. Haar geboortedag is de 4de september 1836, haar sterfdag heb ik niet achterhaald.
Ze trouwt  op 14 december 1865 met Theodorus Adrianus Snelders, die in 1838 in Westervoort is geboren en op 22 april 1920 in ieder geval nog leeft. Ze krijgen vier kinderen: Cornelis Hendrikus, Theodorus Alexander, Johannes en Albartus. De derde zoon, Johannes, komt later nog voor als nieuwe eigenaar van de Putman-grond.

De tweede Albert
Albert, de oudste zoon, geboren op 23 maart 1834, werd vernoemd naar zijn grootvader.

1834_albert_geboorte

De geboorteakte van Albert (25 maart 1834), opgemaakt door L.Santbergen en mede ondertekend door de getuigen: Hendrik Putman (34), vader, W.Heijmen (33),arbeider en D. Lubbers (52), veldwachter.

Over zijn persoon weten we helaas niet veel.
Uit het feit dat zijn jongere broer Peter geen vrijstelling van de Militie kreeg, kun je concluderen dat Albert niet in militaire dienst is geweest. Zou hij uitgeloot zijn? Was hij misschien niet al te sterk van gezondheid? Had hij misschien een of andere handicap? Dat lijkt niet zo waarschijnlijk, want een rietdekker moet toch wel een behoorljke conditie hebben.

uitgellot

(Een tip van Cees Claessen bracht me op een document waaruit blijkt dat één van mijn speculaties juist is: hij is voor de militie uitgeloot.

De tekst luidt:

De Staatsraad, Commissaris des Konings in de provincie Gelderland, verklaart dat Putman, Albert, geboren te Westervoort den 23 Maart 1834 wonende te Westervoort, van beroep stroodekker, zoon van Hendrik en van Beerntsen / Johanna, wonende te Westervoort (de eerste overleden te Westervoort, den 7 Maart 1858) in het inschrijvings-register van de Gemeente Westervoort van het jaar 1853, voor de ligting van het jaar 1853, is ingeschreven, en dat hem vervolgens bij de loting is ten deel gevallen No. 8, dat, buiten oproeping gebreven zijnde, hem tot geen dienst heeft verpligt.
Gegeven te Arnhem, den 16 April 1863.

Vlak daarna trouwt hij. Vóór deze verklaring zou hij toestemming hebben moeten vragen.)


Op 1 mei 1863 trouwen Albert en Maria Johanna Snelders (*1837), een ouder zusje van Theodorus Adrianus, met wie Gerharda eind 1865 in het huwelijksbootje stapt. Adrianus, in mei 1865 de trouwgetuige bij het huwelijk van Peter en Arnoldina, is ook een broer van Maria.

De vader van Maria, Adrianus en Theodorus Adrianus heette Cornelis Snelders.
Hij kwam uit Oirschot en zo is er Brabants bloed in 'onze' tak van de familie gekomen. Hun moeder heette Alexandrina Sanders. Ook zij kwam niet uit Westervoort, maar uit Heteren. Toen Cornelis en zij in 1835 trouwden, had ze al een zoon van 8, Alexander geheten, van wie de vader onbekend was. Het kind kreeg bij het huwelijk de naam Snelders. Die Alexander, een halfbroer van Maria dus, trouwde in 1885 op 58-jarige leeftijd in Bergh met een even oude weduwe met vier dochters. Hij stierf in 1908 in Braamt, 81 jaar oud. 

Op 1 september 1876, nog geen 42 jaar oud, sterft Albert in Westervoort. In hun tamelijk korte huwelijk krijgen ze toch nog acht kinderen. (Generatie 7) Maria wordt in 1897 nog genoemd als vruchtgebruiker van erf en grond, kadastraal bekend onder het nummer A 203. Ook in 1902 zien we haar bij een overdrachtsakte terug.

Zij is op 18 mei 1913 in Westervoort gestorven.

Albertus verdiende de kost als strodekker. In 1906, als een zoon trouwt – Albert is dan al jaren dood – wordt als zijn beroep rietdekker genoteerd.

Rietdekkers en slachters
Bovendien heeft hij als slager werk gedaan, want dat staat in een huwelijksakte uit het jaar 1897. De verklaring is dat de stro- en rietdekkers hun werk voornamelijk in de zomer moesten doen. Tijdens de koude winter lag hun produktiewerk stil. Of ze in die tijd zelf riet moesten snijden, weten we niet, maar er was blijkbaar tijd over om als slager op te treden. Zijn jongere broer Peter deed dat, zoals gezegd ook. Ze gingen waarschijnlijk op aanvraag naar boeren en burgers om er van november tot februari aan huis varkens te slachten. Uit eigen beleving weten ook huidige Putmannen nog wel het een en ander over zulke gebeurtenissen te vertellen.

Bezittingen
Uit de kadasterstukken blijkt dat Albertus niet armlastig is geweest. In 1859 - na de dood van zijn vader in 1858 - is hij als 25-jarige vrijgezel eigenaar van het huis en het bijbehorende erf geworden: perceelnummers A 203 (dat is huis en erf), 206, 207, 208 te Westervoort. Daarmee bestond het bezit uit dezelfde onderdelen als dat van zijn vader Henricus. Alleen het andere huis en erf van 390 m2 hoorde er blijkbaar niet meer bij.
Op de kaart in hoofdstuk 'Generatie 3' is te zien waar de familie woonde. Albert moest over zijn opstallen en landerijen jaarlijks totaal ƒ 28 belasting over betalen.

Met de schrijfkunst van de familie is het niet zo slecht gesteld als Tommy Wieringa (zie kader Generatie 3) ons wil laten geloven. Maria kon inderdaad niet schrijven. Als zoon Willem in 1902 eigenaar wordt van de onroerende goederen van zijn moeder kan zij de akte niet tekenen - "verklarende de weduwe Putman voornoemd niet te kunnen schrijven of teekenen als hebbende dat niet geleerd". Maar Albertus, haar man, zette geenszins als handtekening een 'mislukt kruisje', maar een duidelijk leesbare naam onder de geboorteakte van zijn zoon Cornelis (1866):

1866_albert

 

vorige

 

 

Schematisch

1 Walravius ∞ Aleidis Gipmaens

2 Peter
(1717-1776)

Theodora Boerboom
(1710-1783)

3 Wilhelmus
(1742-1824)

Everdina Lubberts
(1736/7-1800)

4 Albertus
(1766-1831)

Gouwke Goossen
(1758-1842)

5 Henricus
(1800-1858)

Johanna Berendsen
(1805-1880)

Hendrika
(1845-1931)
Grada
(1842-1907)
Peter
(1839-1915)
Gerharda
(1836->1920)
6 Albertus
(1834-1876)

Maria Snellen
(1837/38-1913)