kop_illustratie
gen 0 gen 8.2 gen 8.3b gen 8.3c

bou
man
1

bou
man 2
haf
kens 1
haf
kens 2
haf
kens 3

Generatie 7.2 Cornelis Hendrikus (1866-1922)

Cornelis Hendrikus werd op donderdag 12 april 1866, om negen uur ‘s morgens geboren. Hij was niet de oudste. Er was in 1864 al een meisje geboren, Hendrika Alexandrina, en in 1865 kwam zijn broertje Hendrikus erbij. Maar al na één dag was die gestorven.

Cornelis heette hij naar zijn grootvader aan moeders kant, Cornelis Snelders. Zijn tweede naam, Hendrikus, heeft hij aan grootvader Putman te danken. De oudste zoon werd traditioneel naar de grootvader van vaders kant vernoemd, maar de volgorde 'Hendrikus Cornelis' was al gebruikt bij het gestorven broertje. Nu was de eer aan Opa Snelders om als eerste vernoemd te worden.

westervoort_in_1865
Westervoort in 1865

Op vrijdag de 13de volgt de aangifte op het gemeentehuis van Westervoort, waar de dienstdoende ambtenaar noteert dat de vader 31 jaar is en rietdekker van beroep en dat de moeder 29 is. De getuigen zijn: Cornelis Snelders (de naamgever, 62 jaar), van beroep klompenmaker, en Peter Putman (een broer van vader Albertus, 29 jaar), rietdekker. De akte is getekend door de burgemeester, Constantijn Willem van Limburg Stirum, door de getuigen en de vader.

Als zijn vader Albert in 1876 op 41-jarige leeftijd sterft, is Cornelis tien jaar. Moeder Maria is pas 38 of 39; ze blijft met zes kinderen achter. Haar oudste kind, Hendrika Alexandrina, is twaalf, het jongste, Sophia, nog niet één. In de 37 volgende jaren, de rest van haar leven, is ze nooit meer getrouwd.

De twee broertjes van Cornelis zijn in 1876 ook nog klein: Hendrikus Theodorus is pas vijf en Wilhelmus Albertus moet nog vier worden. Cornelis is al heel gauw - waarschijnlijk als hij een jaar of twaalf is - de man die geld binnen moet brengen. Misschien is hij wel op de steenfabriek gaan werken, of zou hij zich op het land van zijn moeder verdienstelijk gemaakt hebben? Ook als hij verschillende taken gecombineerd heeft, een vetpot zal het niet geweest zijn. Op zijn dertigste denkt hij daar verandering in te brengen. Rond 1896 besluit hij een grote stap te zetten.

Duitsland

Vanuit het kleine Westervoort vertrekt naar Duitsland. Hij gaat naar de grote stad Duisburg, waar hij - ongeveer 100 km van huis - betere bestaansmogelijkheden denkt te vinden. 

De toevloed van gastarbeiders uit Duitsland naar Nederland was altijd groter geweest
dan het aantal Nederlanders dat in het buurland werkte.
Rond 1880 kwam daar verandering in.
De toestroom van Nederlanders naar Duitsland werd groter.
In 1913 woonden er in heel Duitsland 94.000 Nederlanders,
waarvan alleen in Duisburg al 29.000.

Ook Cornelis werd door de welvaart van Duitsland aangetrokken. In en om Duisburg lagen een flink aantal steenfabrieken en als (inmiddels ervaren?) steenbakker was daar voor Cornelis ongetwijfeld werk te vinden.

Op 22 april 1896 wordt hij genoemd in het Holländerverzeichnis (Register van Nederlanders). Aanvankelijk woont hij in Duisburg op het adres Ruhrorter Straße 47. Van 1898 tot in 1904 staat hij in de adresboeken van Duisburg met de vermelding 'Tagelöhner' (dagloner); zijn adres is dan Auf der Höhe 51. De genoemde adressen liggen in het noordwesten van de stad, dicht bij het water.

Dagloners waren er veel in die tijd. De werkgevers waren niet zo scheutig met onbeperkte aanstellingen; dat gaf maar verplichtingen. Toch hield Cornelis het zes jaar vol. Het verblijf in Pruisen werd ongetwijfeld vergemakkelijkt door de aanwezigheid van familieleden: zijn zwager Johannes Keultjes, die in 1900 met zijn jongste zusje Sophie trouwde, woonde in 1902 ook in Duisburg. 

Huwelijk

Op maandag 5 oktober 1896, een half jaar nadat hij in Duisburg is gaan werken, trouwt Cornelis in Duiven. Hij heeft een vrouw gevonden in ’t Loo: Johanna Maria Bouman, geboren 18 januari 1868 in ’t Loo, oudste dochter van Nicolaas Bouman en Theodora Peters.

bouman_nicolaasbouman_peters_theodora

Schoonpapa was schipper van beroep. In november 1866 was hij met Dora getrouwd. Zij kwam uit Angeren en was toen bijna 21, ruim 15 jaar jonger dan haar man, de schipper  Nicolaas. (Lees meer over dit echtpaar>>)



(Voor de stamboom van de familie Bouman: klik hier).

Bij de stukken die voor het wettelijk huwelijk Cornelis met Johanna nodig waren, bevindt zich ook een Verklaring van de Nationale Militie, waaruit blijkt dat hij van 10 mei 1886 tot 9 mei 1893 zijn militaire dienst vervulde. (Normaal stond daar vijf jaar voor.)

Duisburg

duisburg_straatnaamNa hun huwelijk zijn Henricus en Johanna teruggegaan naar Duitsland; misschien was Johanna daar nog nooit geweest. Ze wonen op het adres Auf der Höhe 51, dicht bij de haven van Ruhrort, tegenwoordig een deel van Duisburg. De straat bestaat nog steeds.
Mijn excursie met als doel dat huis te zoeken leverde een paar informatieve foto's op. Tussen een groot poeliersbedrijf en enkele woonkazernes verderop ontbreken een aantal huisnummers, waaroner nr. 51. De villa die er nu staat, is eigendom van de familie Hahn, die tot voor kort het poeliersbedrijf runde. Het bijbehorende grasveld is groot genoeg voor flink wat huizen. Hier moet Nr. 51 hebben gestaan, het huis waarin de familie tot 1903 of 1904 gewoond heeft.

 

Van Huissen naar Ulft

Voor de geboorte van hun vijfde kind, Nicolaas, gaan ze terug naar Nederland en kiezen Huissen als hun woonplaats. Mijn vader heeft altijd gezegd dat Cornelis, onze grootvader, in de jaren tot 1914 de kost verdiende als stoker in een steenfabriek. Hij had het vak in Duitsland blijkbaar goed genoeg onder de knie gekregen om het in Nederland te kunnen voortzetten.

opa_en_opoeOp maandag 16 februari 1914 verhuist de familie - inmiddels 7 kinderen en vader en moeder – naar Ulft. Met paard en wagen moet de hele inboedel zijn vervoerd. Ze zijn waarschijnlijk over het Looveer, via Babberich en Zeddam naar de Achterhoek gegaan. Volgens het KNMI was het weer op die dag niet al te slecht: het heeft wat geregend, maar erg koud was het niet; een graad of 6 boven nul. De dag ervoor was het in De Bilt zelfs bijna 14 graden! Uitgelezen weer voor een verhuizing.
Ze betrekken een huis in het dorp dat toen nog Oer heette. Vlak na hun aankomst in 1914 werden Ulft, Oer en het buurtschap De Pol verenigd onder de naam Ulft.
Oorspronkelijk was het huisnummer 429; nog voor 1923 verandert dat in 573. In de volgende jaren wordt er nog een keer omgenummerd: 678. Het staat wel vast dat het steeds om hetzelfde adres gaat: het op één na laatste in een rijtje arbeidershuizen aan de noordoostkant van de (huidige) Ettenseweg. Vlak achter hun moestuin stroomde niet de machtige Rijn van Duisburg en Huissen, maar de amper bevaarbare Oude IJssel, in Ulft Strang genoemd. Een paar honderd meter stroomopwaarts, in de richting van het dorp, lag de Olde Hut.

Het huis was maar klein. Toch woonden er Cornelis en Johanna met minstens vijf kinderen. Dora, Anna en Mien hebben er tijdelijk gewoond. Maar ook werden er een paar jaar achtereenvolgens een meisje (Aleida Bouman, *1911, Millingen) van mei 1922 tot mei 1923 en een jongen (Johannes Bouman, *1913, Buren) van april 1923 tot augustus 1925 ondergebracht. Waarschijnlijk gaat het om familieleden, wellicht kinderen van Antonius en/of Gerardus Bouman, de schipperbroers van Johanna. (zie Bouman 2) Waarom ze in Ulft verbleven, is mij niet bekend.

Dru
Cornelis heeft zich goed laten informeren: in Ulft staat een grote fabriek die steeds meer mensen nodig heeft: DRU, Diepenbrock en Reigers Ulft, is een ijzergieterij die dan al honderdzestig jaar bestaat. Aan de oever van de Oude IJssel was sinds jaar en dag het ijzerhoudende oer te vinden, dat het bewerken van het land erg bemoeilijkte. In 1754 begon men met de ontginning van dat ijzererts en ontstond een eerste hoogoven, die in ontlening aan de Duitse term voor hoogoven (Hütte) de Hut genoemd werd. In 1885 kwam er in Ulft eenzelfde fabriek bij: Bellaard, Becking en Bongers. Vanaf toen heetten de fabrieken in de volksmond de Olde en de Ni'je Hut. dru_ulft
Toen het ijzer ter plaatse uitgeput was, werd het van elders geïmporteerd en kwam de nadruk te liggen op de productie van geëmailleerde gietijzeren potten, pannen en later ook badkuipen. De vraag naar de producten nam vanaf 1900 sterk toe. Voor het zware werk was geen specifieke opleiding nodig. Je kon je het vak wel 'in service' leren.
Ook voor Cornelis is er een baan. Op 23 februari 1914 kan hij beginnen. Als poortnummer krijgt hij 637.

Overlijden
Zijn aanstelling duurt tot 26 mei 1922. Op die dag na Hemelvaart sterft hij, volgens de overlevering aan longontsteking. Onverwacht, volgens het bidprentje. Hij is 56 jaar en een maand oud. Op de 29ste mei, een dag met prachtig voorjaarsweer zoals ook al de hele week ervoor, wordt hij begraven in Oer (Ulft). 

putman_c_h_bidprBid voor de Ziel van Zaliger Cornelis Henricus Putman, Echtgenoot van Johanna Maria Bouman, geboren te Westervoort, den 12 April 1866, voorzien van de H.H. Sacramenten der stervenden overleden te Ulft, den 26 Mei 1922 en den 29n d.a.v. begraven op het R.K.Kerkhof aldaar.
Hij was een eenvoudig, rechtschapen en godvreezend man, en is met een volkomen vertrouwen op den Heer gestorven.
Job 1 2 Mach. VII : 40
Gelukkig die dienaren, welke de Heer bij Zijn komst wakker vindt. Luc. 13 : 36
Dierbare vrouw en kinderen, ik ging u onverwacht verlaten omdat God mij riep, treurt niet, maar bidt veel voor mij, ook ik blijf voor u bidden. Vaartwel, mijne dierbaren,
ik wacht u in den hemel.
Rust in Vrede.
(H. te Pas, Ulft)

Na 1922
Het gezin dat hij achterliet bestond uit zeven kinderen; de oudste 23, de jongste 13. Al zijn kinderen waren bij zijn overlijden ongetrouwd. De oudste dochters woonden niet thuis. Ze dienden in de stad, dat is in Arnhem. Hij heeft nooit het plezier van het grootvaderschap gekend.
Niemand van de levende Putmannen kan nog iets persoonlijks over Opa vertellen. Ook niet uit de tweede hand. In hun wereld was geen plaats voor gevoelige herinneringen en nostalgische bespiegelingen. Om het hoofd boven water te houden moesten de mensen hard en lang werken en sober leven. Verdriet werd bestreden met verzwijgen.

Zijn graf is intussen geruimd. Hij zou er van opkijken dat zijn kleinzoon na 90 jaar nog probeert iets over hem te weten te komen. Of hij er ook blij mee zou zijn blijft een vraag.

opoe_en_familieEen van de schaarse foto's van het gezin Putman stamt uit de (na)zomer van 1936. Johanna is dan 68 jaar, een oude dame tussen haar jongste kinderen, Nico (r) en Riek. Links staat haar schoonzoon Theet Heister. Ze zijn respectievelijk 31, 28 en 33 jaar. Theet en Riek zijn een jaar eerder getrouwd en wonen met Opoe in het oudershuis aan de Ettenseweg. Nico stapt een jaartje later in het huwelijk. Hij woont op het tijdstip van de foto nog bij zijn moeder.

Johanna Maria leefde nog tot 19 december 1944. Ze is 76 jaar geworden. Het overlijden van haar man en van een volwassen dochter en daar bovenop het grote verdriet van haar oudste dochter Dora in Huissen, van wie vier van haar vijf kinderen in september en oktober 1944 door oorlogsgeweld om het leven kwamen, heeft ze nog moeten meemaken. Het tekent haar uiterlijk.
Diep gravend in mijn herinnering meen ik me nog iets van haar te herinneren: Lief en gastvrij. Maar je geheugen is na bijna 70 jaar een onbetrouwbare kameraad geworden; mijn beelden kunnen ook wel van foto's en van verhalen afkomstig zijn.

 

bidpr_opoe

'Gedenk in Uwe gebeden de Ziel van Zaliger
JOHANNA MARIA BOUMAN,
Weduwe van Cornelis Henricus Putman.
Geboren 18 Januari 1868 't Loo, gem. Duiven, overleden te Ulft 19 December 1944, tijdig voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden en begraven 22 December op het Parochiaal Kerkhof.

Zij was een moeder waardig om in de gedachtenis der goeden voort te leven. Van diepe godsvrucht doordrongen, leefde zij in de vreeze des Heeren met een innige liefde voor God en de evenmensch.

Geliefde kinderen, uwe moeder verlaat u. Zij verlaat deze wereld, vergeet haar niet in uwe gebeden. Ik heb u allen zoo teeder lief gehad. Blijft vereenigd onder elkander, dient God getrouw en leeft zoo dat gij den dood nooit behoeft te vreezen, op welk tijdstip hij u verrasse. Vaartwel mijne dierbare kinderen, wij zullen elkander spoedig wederzien.
En gij, mijn lieve zusters, broeders en familie, niet ver zijn wij van elkander, maar vanwege het oorlogsgeweld kunt gij geen afscheid van mij nemen en moet ik u zoo verlaten, maar vergeet mij niet in uwe gebeden en wil mij vooral gedenken als gij tegenwoordig zijt bij 't H. Misoffer, opdat ik spoedig de eeuwige vreugde des Hemels moge binnengaan.
Barmhartige God, geef haar ziel de eeuwige rust.
(H. te Pas, Ulft De IJSSELSTROOM, ULFT)'

Ze had op het moment van overlijden nog vijf broers en zes zussen, de oudste 73, de jongste 57. In september 1944 zijn de bewoners van 't Loo wegens oorlogsgeweld geëvacueerd. Veel familieleden woonden in december 1944 dus niet in hun eigen huis, want pas in mei 1945 kwamen ze terug naar de ravage die korte tijd daarvoor nog hun dorp geweest was.

 

vorige

 

 

 

Schematisch

1 Walravius

Aleidis Gipmaens

2 Peter
(1717-1776)

Theodora Boerboom
(1710-1783)

3 Wilhelmus
(1742-1824)

Everdina Lubberts
(1736/7-1800)

4 Albertus
(1766-1831)

Gouwke Goossen
(1758-1842)

5 Henricus
(1800-1858)

Johanna Berendsen
(1805-1880)

6 Albertus
(1834-1876)

Maria Snelders
(1837/38-1913)

Hendrika Alexandrina
(1864-1950)
Hendrikus Cornelis
(1865)
Johanna Alexandrina
(1867-1956)
Dora
(1868-1870)
Hendrikus Theodorus
(1871-1947)
Wilhelmus Albertus
(1872-1954)
Sophia Theodora
(1875-1968)
7 Cornelis Hendrikus
(1866-1922)

Johanna Maria Bouman
(1868-1944)