kop_illustratie
gen 0 gen 8.2 gen 8.3b gen 8.3c

bou
man
1

bou
man 2
haf
kens 1
haf
kens 2
haf
kens 3

Generatie 8.1
Broer en zussen van Albertus Nikolas Antonius (1901-1985)

Theodora
Cornelis en Johanna woonden de eerste jaren van hun huwelijk zoals gezegd in Duisburg. Een ruim jaar na hun trouwdag werd op donderdag 16 oktober 1897 hun eerste kindje geboren. Ze werd genoemd naar de oma van moeders- en de oma van vaderskant, resp. Theodora Peters (tevens meter) en Maria Snelders. Theodora Maria dus. De peetoom werd niet vernoemd: Oom Hendrikus, een jongere broer van Cornelis. Hij was veertien dagen eerder met Jacoba van der Kracht getrouwd. (Zie generatie 7.1.)

Hoe het Dora in haar jeugd vergaan is, weten we niet. Ze is met de familie van Duisburg naar Huissen verhuisd toen een jaar of zes was. Misschien was zij wel één van de redenen om terug te gaan naar Nederland: ze was namelijk op grond van de wet van 1901 leerplichtig, wat mede aanleiding tot vertrek kan zijn geweest. Als dieper liggende gronden zou ik me kunnen voorstellen dat het verblijf in Duisburg niet de vetpot was die Cornelis had verwacht, temeer omdat er in de steenfabrieken steeds verder werd gemechaniseerd waardoor minder mankracht nodig was. Misschien had Johanna wel heimwee naar het Gelderse platteland. Wie zal het zeggen?

We komen Theodora in de stukken niet meer tegen totdat ze in 1925 op een gezinskaart in Ulft opduikt. Vanuit Huissen zijn de Putmannen naar die plaats verhuisd. Maar bij de oorspronkelijke vestigingsaangifte in 1914 staat Dora niet vermeld. Naar alle waarschijnlijkheid heeft ze toen al ergens 'gediend', als keukenhulp in hotel Haarhuis in Arnhem of anders bij Martens aan het Looveer, waar ze ook een betrekking heeft gehad. Ze moest voor niet al te veel geld hard werken om zo bij te dragen aan het gezinsinkomen van haar vader en moeder. Terloops leerde ze de grondbeginselen van het huishouden, wat in die tijd werd gezien als de belangrijkste opleiding voor meisjes na de lagere school. En daar bleef het dan ook vaak bij.

De dienstmeisjes woonden in het huis van de werkgever in een kamertje en waren daardoor bijna dag en nacht oproepbaar, met uitzondering van één vrije dag per week. Tegen een karig loon en kost en inwoning leerden ze de basis voor een huishouding, maar op een financieel niveau dat ze later nooit zouden kunnen bereiken.
Toch was het heel nuttig: koken, bedden opmaken, schoonmaken, gasten ontvangen, bedienen en omgaan met mensen van een 'hogere' stand die in dezelfde mate neerkeken op de meisjes als de 'lagere' stand opkeek tegen meneer en mevrouw. En ze leerden dat ze allemaal mensen waren met goede en kwade eigenschappen. Vaak hadden ze goede herinneringen aan hun betrekking, soms ook bijzonder onaangename. Het was bijvoorbeeld niet altijd gemakkelijk om de heer of de jongeheer des huizes op gepaste afstand te houden...

Op de genoemde gezinskaart staat dat ze op 28 augustus 1925 vanuit Arnhem in Ulft komt en bij haar ouders intrekt. Op 23 oktober gaat ze weer weg, naar Huissen, waar ze in november van dat jaar trouwt met Christoffel Reinierus Eerden, eerst fabrieksarbeider en later opperman van beroep. Hij was op 3 december 1896 geboren in Millingen aan de Rijn, als vierde kind van Jacobus Eerden (1862-1941) en Hermina Wijers (1863-??). Hij had twee zussen en zes broers.dora_trouwdag

Hiernaast de trouwfoto van het stel: hij is 29, zij een jaar jonger. Voor Putmanse begrippen was Chris behoorlijke lang. Zelfs op dat tafeltje gezeten is hij nog groter dan Dora.
Hij richt zijn ogen naar iets dat zich (voor hém) rechts van de fotograaf bevindt. Helemaal op zijn gemak is hij niet.
Zij kijkt zelfbewust recht in de camera en dus naar ons. Het begin van een glimlachje speelt om haar lippen.
Een witte jurk was er nog niet bij; nog pas een paar jaar was het in sommige kringen mode om in het wit te trouwen. Dure grap, zal ze gezegd hebben, om voor één dag zoiets kostbaars te kopen. En zo hebben ook haar zussen en schoonzussen gedacht: ze dragen geen van allen een witte trouwjurk.

Chris en Dora kregen in Huissen vijf kinderen:

eerden1

 

 

 

 

Zomer 1936:
v.l.n.r.: Johanna (5), Albertus (½), Theodora (39), Cornelis (3), Jacobus (7) en Chris (39).
Waarschijnlijk is de foto genomen in de tuin van de familie aan de Breedestraat in Huissen. Opvallend zijn de grote strik in het enigszins verwaaide haar van Johanna (Jonnie) en het deftige matrozenpakje van Jacobus (Jackie).

 

 

 

 

fam.eerden2

 

 

Foto uit ± 1941.
Het matrozenpakje past intussen de op één na jongste, Albert. Links Jacky.Van achter Dora's rug kijkt Corrie een beetje verlegen naar de fotograaf, zijn vader (?). Hermien is een kleuter van een jaar of vier. Rechts Jonnie.

 

 

 

 

De verschrikkingen van de oorlog leken toen nog ver weg. In 1944 werd de familie zwaar getroffen. Na het eerste bombardement in de nacht van 13 op 14 september volgt een tweede op 17 september, gericht op het Looveer. Jacky, de oudste, is juist onderweg om daar - aldus de verhalen - melk te halen. Hij wordt dodelijk getroffen door een granaat.

Op de steen bij het Looveer, hieronder afgebeeld, staan de slachtoffers van dat gedenksteenbombardement, 23 in getal. De 15-jarige Jackie staat in de rij links op de 6de plaats. De andere 11 in de linker rij zijn familieleden van hem.

Veertien dagen later, op 2 oktober, volgt een nieuwe golf van geweld: het centrum van Huissen en het centrum van 't Zand worden gebombardeerd. Die nacht komen er 200 Huissense mensen om.

Dora en Chris slapen in het ene bed; de kinderen, Johnny, Corrie, Albert en Hermien, liggen op dezelfde kamer in een ander. Een dodelijk projectiel gaat rakelings over het ouderlijk bed maar treft het andere. Hermien wordt geraakt. Haar verwondingen zijn niet heel ernstig. De andere kinderen overleven het niet. Johnny, die naast haar ligt, en Corrie worden vol getroffen en zijn op slag dood. Albert leeft nog een paar uur, maar ook hij overlijdt.
In de chaos van de verplichte evacuatie van de bevolking naar veiliger oorden is een reguliere begrafenis onmogelijk. Chris heeft zijn drie kinderen eigenhandig moeten begraven. Een kist was uiteraard niet te krijgen. Chris heeft de kinderen in een deken gerold en ze bij Jacky in het graf gelegd.
Vier haarlokken blijven er over.
Na de oorlog zijn de vier kinderen Eerden herbegraven in een massagraf.

Voor het persoonlijk verhaal van Hermien: klik hier.

vier kinderenDora en Chris gaan met alleen Hermien van de Breedestraat in Huissen naar de boerderij van de familie De Ridder aan de Bunschoterweg 62 tussen Nijkerk en Bunschoten, waar ze tot na de oorlog moeten blijven.
Ze zijn door het verschrikkelijke verdriet voor het leven getekend. Waarschijnlijk hebben ze het alleen moeten verwerken. De familie zweeg in hun bijzijn over de verschrikkingen. Alles moest zo snel mogelijk vergeten worden. Het benoemen van het verdriet zou dat proces alleen maar vertragen. Niemand kwam blijkbaar op de gedachte dat alleen al de aanblik van zeven gezonde kinderen bij mij thuis voor Tante Dora en Ome Chris een kwellende vergelijking opriep...

Na al hun tegenslag hebben ze mogen beleven dat hun dochter Hermien op 10-02-1961 moeder werd van een zoon, Christof.

Chris is overleden op 22 februari 1978. Dora stierf amper een maand later, op 30 maart.


Petronella

Terug naar Duisburg, eind van de negentiende eeuw. Mijn vader heb ik nooit iets horen vertellen over een zus die al voor zijn geboorte was overleden. Op een oud papiertje, dat dienst heeft gedaan als boekje van de burgerlijke stand (met stempel en al), stond als tweede kind van Cornelis en Johanna: Petronella Elisabetha Johanna.

Bij navraag in Duisburg bleek dat feit te kloppen. De mevrouw van het archief aldaar schreef: 'Laut meinen Unterlagen wurde am 15. 11. 1898 eine Petronella Elisabeth Johanna Putmann geboren, die am 02. 09. 1899 verstorben ist.' (Als je goed op het boterbriefje kijkt, zie je dat ze niet Elisabeth maar Elisabetha heette.)

Naar welke Petronella ze vernoemd is, kan ik slechts gissen: zie Bouman 2. Een Elisabeth, laat staan Elisabetha, komt in mijn gegevens over de familie niet voor. (Behalve dan Elisabeth Gerrits, de nicht van Petronella, maar die was pas 9 jaar.) De derde naam, Johanna, is die van haar moeder.
Als peetoom wordt Oom Nicolaas (Klaas) gekozen, haar peettante is een zus van Johanna: Theodora Maria Bouman (1876-1951). Zie Bouman 2.

Petronella heeft het niet lang volgehouden: ze is nog geen tien maanden oud geworden.


Anna Maria

Op 28 oktober 1898, anderhalve maand na het overlijden van Petronella - hoe zouden wij haar genoemd hebben als ze was blijven leven? Tante Nel? - werd Anna Maria geboren. Ze kreeg bijna dezelfde voornamen als haar moeder, die Johanna Maria heette. Misschien hebben haar ouders gedacht dat er geen verschil was tussen als Johanna en Anna.

Ze werd later mijn peettante. Ook voor mijn ouders was Anna een variatie op Johanna, wat blijkt uit het feit dat ze mij als derde naam Johanna toebedeelden. Zo werd ik opgescheept met een meisjesnaam die bij elke instantie die mijn personalia wil optekenen, tot verwarring en verwondering leidt.
Daar staat tegenover dat ik naar twee dames in de familie ben vernoemd, naar Tante Anna en naar Opoe Johanna, de moeder van mijn vader!

Een paar jaar nadat in 1914 in Ulft aangekomen is, op 22-11-1916, verhuist ze volgens de gezinskaart naar nummer 1343, wat het huisnummer blijkt te zijn van het gezin van Alois(ius Antonius) van Raaij, *29-1-1880) eerst korenmolenaar, koopman, later logementhouder en vervolgens 'Directeur eener Machinefabriek'. Het gaat om Finis, waar weegtoestellen e.d. gemaakt werden. (Het bedrijf bestaat nog steeds onder de naam Finis Foodprocessing.) Daar kreeg ook haar zusje Mien een baantje. Blijkbaar woonden ze bij de werkgevers in huis zodat ze dag en nacht paraat konden zijn. Op 12 december 1919 wordt ze bij de gemeente uitgeschreven en vertrekt ze naar Arnhem, tegelijk met Mien.
Later heeft Anna als jonge vrouw net als haar zus Dora lang in Arnhem 'gediend'. Zij werkte bij een KNO-arts, genaamd Oskamp. In de stad heeft ze ook haar man leren kennen: de vrolijke en charmante Ignatius Alouisius Knuvelder, geboren op 19 juni 1897 in Arnhem, huisschilder van beroep. Uit de gezinskaart blijkt dat ze op 6 september 1922 uit Arnhem kwam en bij haar ouders in Ulft ging wonen. Ze vertrok weer op 23 november 1923. Anna en Louis trouwden (alleen voor de wet?) op 13 oktober 1922 in Gendringen. Ze waren voor een huwelijk in die tijd nog tamelijk jong: hij 25, zij bijna 23.trouwdag_knuvelder

Een prachtige foto van de huwelijksdag van Louis en Anna in 1922.

Zo te zien hebben ze flink in de buidel getast om goed voor de dag te komen.
Een boeket van chrysanten (wijst dat op het najaar?) en
een 'ensemble' van lange jas met rok. De hoed staat Anna goed. Ze kijkt wel streng maar ook een beetje guitig.
Louis draagt een keurige smoking met witte das.
De corsages - zoals het hoort - aan de kant van het hart.
Een kleinigheidje: Die van Anna zou met de bloem naar beneden moeten wijzen.
In zijn linkerhand heeft hij waarschijnlijk
de opgerolde handschoenen.
Anna draagt leren - of beter lederen - glacés. Op het tafeltje een hoed, geen 'hoge zij-en'.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De persoonskaart, verkregen van het Centraal Bureau voor Genealogie, vermeldt op 23 november 1923 de aangifte van het nieuwe adres van het stel: Hommelscheweg 248 in Arnhem. We kunnen ervan uitgaan dat de kerkelijke trouwdatum óp of net vóór die datum ligt. (De chrysanten die in het bruidsboeket verwerkt zijn, wijzen ook op een huwelijksfeest in de herfst.)

Ze kregen 2 zoons en 5 dochters: Johanna (Jon) (1924-2002), Regina (Regien) (*1925), Ignatius (Loek) (1926-2001), Theodora (Thea) (1927-1930), Theodorus (Theo)(1931-1980), Henrica (Henny) (*1934) en Louise (*1937).
Op 24 augustus 1960 verhuisden ze naar de Tooropstraat in Zevenaar. Daar hebben ze tot juli 1963 gewoond. Toen trok Arnhem toch te hard. Ze verhuisden naar de Lorentzlaan 3. Louis stierf op oudejaarsdag 1968; Anna op 12 mei 1986. Ze liggen begraven in Arnhem.

 

anna louis 1959

 

 

 

Op 27 augustus 1959 trouwt mijn zus Riet met Theo Schwartz. Ome Louis en Tante Anna staan voor de voordeur van huize Putman aan Praestingsweg om naar de kerk te vertrekken.
Merk op: handschoentjes en tasje van tante Anna, zegelring en sigaretje van Ome Louis. En zijn kameraadschappelijke hand op haar schouder.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor Albertus: zie generatie 8.3
Voor Wilhelmina Nijenhuis-Putman: zie generatie 8.2
Voor Maria Putman: zie generatie 8.2
Voor Nicolaas Putman-Teitink: zie generatie 8.2
Voor Henrica Heister-Putman: zie generatie 8.2

 

vorige

 

 

Schematisch

1 Walravius
(* ± 1690)

Aleidis
Gipmans

(1693 - ??)

2 Peter
(1717-1776)

Theodora Boerboom
(1710-1783)

3 Wilhelmus
(1742-1824)

Everdina Lubberts
(1736/7-1800)

4 Albertus
(1766-1831)

Gouwke Goossen
(1758-1842)

5 Henricus
(1800-1858)

Johanna Berendsen
(1805-1880)

6 Albertus
(1834-1876)

Maria Snelders
(1837/38-1913)

Cornelis Henricus
(1866-1922)

Johanna Maria Bouman
(1868-1944)

Theodora Maria
(1897-1978)
Petronella Elisabeth Johanna
(1898-1899)
Anna Maria
(1899-1986)
Wilhelmina Maria
(1903-1993)
Nicolaas Johannes Antonius
(1905-1980)
Maria Antonia
(1906-1926)
Henrica Maria
(1908-1990)
Albertus Nikolas Antonius
(1901-1985)