kop_illustratie
gen 0 gen 8.2 gen 8.3b gen 8.3c

bou
man
1

bou
man 2
haf
kens 1
haf
kens 2
haf
kens 3

Generatie 8.3b
Albertus Nikolas Antonius (1901-1985)
1930-1950

 

Huwelijk en eerste kinderen
Zeven jaar verkering betekent zeven jaar sparen van weinig inkomsten. Vaak moet er van het gespaarde zelfs weer wat in het huisgezin van Bernardina worden gestoken, omdat zij anders niet kan rondkomen. Maar in 1930 is de financiële basis blijkbaar toch solide genoeg en Bertus, 28, en Rika, 29 jaar, trouwen in het gemeentehuis in Gendringen op dinsdag 21 januari 1930 en op de 28ste in de Petrus-en-Pauluskerk in Ulft. Ze trekken in bij de moeder van de bruid, die alleen in haar huisje woont. Haar zoontjes, Stef (1898-1904) en Gerard (1903-1913) en haar man (1857-1921) zijn gestorven, dochter Cato (*1897) is bijna negen jaar geleden, in november 1921, getrouwd met Josephus Wilhelmus Striekwold uit Ulft. Zij wonen in Lichtenvoorde. Af en toe woont haar nichtje Maria Lensing (*1910) nog bij haar. Zo ook van 30 januari tot 23 oktober 1930. Maria is de dochter van Bernardina's zus Wilhelmina, die in 1917 gestorvan was en zeven kinderen achterliet. Twee van hen, Anna en Maria werden opgenomen in het gezin Hafkenscheid.

Desondanks is er in het kleine huisje aan de Veldstraat genoeg dus voor een jong stel met (schoon)moeder; tenminste voorlopig...

Diny
Op 13 december van dat jaar wordt de eerste dochter geboren: Bernardina Johanna Henrica (Diny). Nog dinydezelfde dag wordt ze gedoopt met als peetouders haar oom Nico Putman en haar oma Hafkenscheid, van wie ze haar eerste naam kreeg. Merkwaardigerwijze wordt de peetoom niet vernoemd, wel haar andere grootmoeder Johanna en haar moeder.

Moeder Riek met de vijf maanden oude Diny.
Op de achtergrond het huis van Hermsen. De foto is dus genomen voor het oude huisje.

 

Diny heeft jarenlang 'in betrekking' gewerkt, in Arnhem, in het huishouden van een tandarts en in Ulft in dat van een bakker. Het is een harde tijd. Vooral in Arnhem moet ze dag en nacht paraat staan en krijgt ze ééns per drie weken een paar dagen vrij om naar huis te gaan. De verdiensten: 15 gulden per week plus kost en inwoning.
De langste tijd werkt ze bij Juffrouw Berntsen in Terborg. Aan die betrekking houdt ze behalve een schat aan ervaring ook een paar goede vriendinnen over.
Ze leert Theodorus Wilhelmus Raben (*14 juli 1928) kennen en trouwt met hem op vrijdag 28 januari 1956 voor de wet en op woensdag 27 juni 1956 in de kerk. Theo komt ook uit Ulft en verdient zijn geld als fijnmetaalwerker op de Dru. Ze bouwen een huis aan de Hogeweg in Ulft, waar een groot stuk grond de mogelijkheden biedt voor zowel een moestuin als een bloemenparadijs. Ze krijgen een meisje en twee jongens.
1936

Tante Riek schrijft de datum op de foto van de trip naar Rekken, bepaald niet naast de deur.
Diny zit bij Tante Riek Heister-Putman op de fiets, Riet bij Moeder. De dame links is Jo de Haar, een vriendin van Tante Riek.
De foto is waarschijnlijk gemaakt door Tante Mien, de zus van Riek..

 

 

 

 

 

 

 

 

Riet
rietDe datum waarop haar zusje Maria Josephina Alberta (Riet) geboren is, zaterdag 9 april 1932, heeft altijd een mysterieus tintje gehad, omdat Vader ervan verdacht werd bij de aangifte een paar uur gesmokkeld te hebben met de geboortetijd, om zo zijn eigen verjaardag met die van Riet te laten samenvallen. Vader heeft altijd ontkend. En vaders geloven we. Geboorte- en doopbewijs lijken hem inderdaad vrij te pleiten.

Riet in 1936. Ik zie het aan het jurkje dat ze ook op de foto rechtsboven draagt.

In het trouwboekje staat dat ze Jozephina en Albertha heet, wat afwijkt van de doopnamen die ze op de 10de april kreeg. Als peetoom trad Oom Jozef Striekwold op en als meter mocht de oma van vaderszijde aanwezig zijn. Zij heet Johanna maar die naam staat niet in het dooprijtje. Vader stelde op zijn verjaardag zijn naam als derde beschikbaar. Het was zijn feestje.
(Welke Maria de eigenlijke naamgever is geweest, weten we niet zeker. Het meest voor da hand ligt de naam van de overleden zus van Vader Bertus. Zijn moeder zal erom gevraagd hebben. Immers, vernoemd werd Opoe toch: ze heette immers Johanna Maria. En moeder Rika heeft zeker geen bezwaar gehad. Ze had een grenzeloos vertrouwen in de H.Maagd Maria.)

Riet heeft na de huishoudschool op verschillende plaatsen gewerkt als naaister, zowel in opdracht thuis als bij families. Nieuwe jurken maken was leuker dan verstelwerk, maar er moest verdiend worden. Verder is ze jarenlang werkzaam geweest als leidster van de jeugdbeweging, de Gidsen. Met haar prachtige stem en muzikaal talent maakte ze een tijd lang deel uit van een orkestje met de naam Wilrijo´s.
Op 23 augustus 1959 trouwde ze met de timmerman-uitvoerder Theodorus Schwartz (*1931) uit Silvolde. Ze kochten een huis aan de Parkstraat in Ulft, waar vier zoons geboren werden.

Cor
Het derde kind was een zoon: Cornelis Christiaan Antonius (Cor[rie]), cor1983genoemd naar zijn grootvader van vaderskant; geboren en gedoopt op zaterdag30 december 1930. De dienstdoende kapelaan Bouwhuis was een nogal slordig type. De derdecor1940 naam van de moeder, Bertha, veranderde hij in Elisabeth. De vader heet Nikolas, daar maakt hij Nicolaas van en de peetoom Christoffel Eerden heet bij hem Cristianus, ook nog zonder - h -. (Het is de vraag of Chris zelf bij de doop aanwezig was. Hij moest daarvoor op dezelfde dag nog helemaal uit Huissen komen. Anders had hij misschien kunnen ingrijpen.)
Peettante Catharina [Striekwold-]Hafkenscheid komt er zonder kleerscheuren vanaf.
Aan wie hij de naam Antonius te danken heeft, mag joost weten. Een broer van zijn oma Putman?

Na een tijd van werkzaamheid op de Dru en bij een bakkerij, kreeg Cor een functie bij een bouwmaterialenbedrijf waar hij zijn latere echtgenote Gerda Weeink (*1926) leerde kennen. Later was hij werkzaam bij een fabriek voor slijptechniek in Eibergen, waar hij tot aan zijn pensioen personeelschef was. Hij trouwde 23 juli 1963. Jarenlang hebben Gerda en Cor met veel aandacht en vooral liefde besteed aan Benny, Gerda's gehandicapte broer, die in 1994 stierf. Hun geadopteerde zoon Albert stierf in 1997.

Cor heeft zich van het begin af in Eibergen thuis gevoeld. Dat blijkt wel uit het feit dat hij de plaatselijke tongval - die van het Ulfts toch tamelijk veel verschilt - al heel snel heeft overgenomen. Maar ook door zijn inspanningen voor zijn tweede Heimat wordt dat duidelijk. Hij heeft veel werk verzet voor de Oranjevereniging, verzetsheldenherdenkingen en als secretaris van de Koninklijke Federatie van Muziekgezelschappen, Afdeling Gelderland.
Voor al die activiteiten kreeg hij een koninklijke onderscheiding.
Bij zijn afscheid als personeelschef van Flexovit werd hij bovendien begiftigd met de eremedaille van de gemeente Eibergen.

Geheel onverwacht stierf hij op zaterdag 29 maart 2003 in zijn woonplaats Eibergen, kort na het uitspreken van speech aan het begin van een muziekfestijn, dat hij als voorzitter mede georganiseerd had.

Het nieuwe huis
In 1933, toen Cor zich als aanstaande derde kind had aangekondigd, vonden zijn ouders dat het huis toch echt te klein en te weinig comfortabel was voor hun groeiende gezin. Drie kinderen en drie volwassenen was te veel. Bertus kocht op 29 september 1933 van de eigenaar van het huis waarin hij woonde, een stuk grond van 16 bij 80 m, totaal 1280 m2. De prijs die hij betaalde was ƒ 540, dat is ƒ 0,41 per meter. Het huis kostte ƒ 3000. In 2012 lijkt dat heel goedkoop maar voor Bertus en Rika was het een hele smak geld.
Volgens de overlevering hebben ze het huis betrokken in mei 1934, toen Corrie nog een wiegenkind was. De bouwers moeten heel hard gewerkt hebben. Je kunt ook wel geloven dat er voor aannemer Gotink in de crisistijd van de dertiger jaren niet erg veel werk te vinden was. Gunstig was dat de winter 1933-1934 niet al te koud was. In januari en februari vroor het wel eens 's nachts, maar overdag bleef het boven nul.
Anderzijds moet er toch wel een forse vertraging zijn opgetreden toen de vloer drie keer opnieuw moest worden gelegd.

huis363

1933/34: Het huis Verl. Veldstraat 363 I, later Praestingsweg 22, vanaf de westkant. Van links naar rechts: de voorkamer (alleen bij bijzondere gelegenheden gebruikt) , in het erker de ouderslaapkamer, in het achterhuis keuken, wc en deel, waar de varkens gehouden werden.
Mijn vader staat - 'in de zondag' - een sigaretje te roken.

Het huis was onvergelijkbaar veel groter en dus luxer dan het vorige: voorkamer, woonkamer, slaapkamer, grote hal, keuken en achterhuis ('deel') op de begane grond; twee slaapkamers (met zolder) en een grote zolder over de hele eerste verdieping, gescheiden door een brandmuur tussen voor- en achterhuis.De enige verbinding tussen voor- en achterhuis op de eerste verdieping was een gat voor de kat. De zolder boven de slaapkamers kon alleen worden betreden door op de balken te stappen. De vloer bestond uit triplexplaten.
In het achterhuis werden steevast varkens gehouden, meestal twee tegelijk. Het hele huis stonk natuurlijk naar die beesten, maar je kunt aan alles wennen. Ik betrapte me er later op dat het bij andere mensen binnen altijd heel vreemd rook. Niet lekker. Ze hadden geen varkens in huis.

Achter het huis lag, gescheiden door een hofpad met een waslijn erlangs, een flinke lap grond die elk jaar bewerkt werd als moestuin. waslijn In de broeikassen met eenruiters (ramen met één ruit) werden koude-gevoelige groenten gezaaid en verspeend.
Hier en daar stonden bomen: een kers, een goudreinet, een sterappel, een perzikenboom (marketonzen, noemden we de oneetbare vruchten), een bergamotpeer en in de kippenren een zoete suikerpeer, die vooral gegeten werd door de wespen....

Een plaatje uit de jaren '50,
waarschijnlijk op een maandag, wasdag.
Het pad is naar mijn weten nooit verhard geweest. Bij regen was het een slipgevaarlijke modderpoel. En daarboven fladderde dan de kraakheldere was.

 

 

 

 

Voor elk seizoen werden er gewassen gekweekt: boerenkool (moes genoemd), savooiekool, witte kool (Ulfts - of Putmans? - kabbes), andijvie, sla, spinazie, uien, aardappels, tomaten, bonen en erwten, raapstelen (stengels, zeiden we), wortelen, prei, bietjes (kroten), selderij en peterselie, peultjes, rabarber, sjalotten, snijbiet. Voor de maaltijden is er in het huis heel wat geschild, gesneden, geschrapt, gedopt, gerangd, geschrapt en gewassen.

Aan de oostkant werd een prieel opgericht: een tunnelvormige stellage die in de zomer bedekt was met wilde wijnruit. Het was een plaats om veel van bovenbeschreven activiteiten uit te voeren en om ervan uit te rusten.

Kind nummer 4 tot en met 7

Theo
Op donderdag 16 januari 1936 was het Theo, theodie het levenslicht zag, op de 17de als Theodorus Aloysius Nicolaas gedoopt. Peter en meter waren Ignatius Aloysius Knuvelder, Oom Louis uit Arnhem dus, en Theodora Putman-Eerden uit Huissen, in de wandeling Tante Dora.

Theo is opgeleid tot timmerman. Hij wilde eigenlijk tuinman worden, maar daar zag vader geen brood in. Na vele jaren bijverdiensten op allerlei gebied - varkenshouderij, luxaflex verkopen, hanen fokken en vooral muziek maken op bruiloften en kermissen - heeft hij zijn oorspronkelijke ideaal waargemaakt en de 'zaad- en pootgoedhandel' van zijn vader omgezet in een bloeiend tuincentrum. 1936Dat was overigens na zijn huwelijk in 1963 met Annie van Remmen uit Varselder/Veldhunten (*1937). Ze kregen drie jongens en één meisje. De oudste zoon, Ronald, trad in de voetsporen van zijn vader en van zijn opa en zette de zaak voort.

 

Een foto uit 1936: Theo is nog een baby, Corrie is twee, Riet (r) is bijna vier, Diny is al vijf.
Oma Hafkenscheid, die tot haar dood in mei 1948 in huize Putman woonde en huishoudelijk en pedagogisch bijsprong, is op de foto 70 jaar, Bertus is 34 en Rika 35.
Het prieel is nog maar kort geleden geplaatst.
Ze zien er allemaal feestelijk uit. Zou het de 71ste verjaardag van Oma zijn (woensdag 8 juli)? Dan is Theo bijna 6 maanden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Albert
Bijna vier jaar lang bleef het kindertal gelijk. En misschien hadden Bertus en Rika daar wel weinig op tegen.
Op zaterdag 9 december 1939 kwam Albertus Theodorus Johanna ter wereld; ik dus. Op zondag ben ik gedoopt onder het toeziend oog van Oom Theo Heister en Tante Anna Knuvelder-Putman. Mijn eerste voornaan was dezelfde als van mijn vader, mijn overgrootvader (1834-1876) en van de vader van mijn betovergrootvader, dat is mijn oudvader (1766-1831). Vader Putman zal bij de naamgeving vast niet geweten hebben dat die laatste ook bestaan heeft. Over de derde naam, Johanna, heb ik al eens geschreven.
5kinderen

De foto dateert van 1941, korte tijd vóór de geboorte van de tweeling op 1 augustus.
V.l.n.r.: Theo (5), Diny (10), Albert (1,5), Riet (9) en Corrie (7).

Ik ben onderwijzer, later leraar Duits en schoolleider geworden. Vanaf mijn 20ste woon en werk ik in Brabant; eerst in De Heen bij Steenbergen, later in Tilburg. Op dinsdag 20 april 1965 ben ik getrouwd met Jacoba Petronella Catharina van Loenhout (*1940) uit Steenbergen. Wij hebben drie dochters. Na mijn pensionering heb ik me onder meer toegelegd op de studie van onze stamboom en het werken met een computer. Dit hele relaas is daarvan het resultaat.

Henny en Nico, de Tweeling
Het zal begin 1941 geweest zijn dat mijn ouders wisten dat er weer een kleine op komst was. In die tijd gingen vrouwen van het type van mijn moeder niet naar de dokter als de zwangerschap goed verliep. Het was dan ook voor Vader en Moeder een schok, toen de dokter op vrijdag 1 augustus 1941 na de geboorte van een meisje vaststelde dat er nóg één kwam. En inderdaad een half uur na Henrica werd Nicolaas geboren. tweeling

Henny werd gedoopt met de namen Henrica Wilhelmina Theodora, naar haar moeder, peettante Wilhelmina Putman en peetoom - tevens neef - Theodorus Striekwold, de zoon van Tante Cato Hafkenscheid. Nico(laas) heet ook nog Hendrikus Jozef, naar zijn peetoom Nicolaas Putman, zijn peettante Hen(d)rica Heister-Putman en naar Jozef, waarschijnlijk de heilige. Een Maria hadden we al. (In de heiligennamen zonder familieverband zie ik de hand van mijn moeder.)

Moeder was bijna 41, het oudste kind was tien, het jongste anderhalf. Eén kostwinner die geen riant salaris had. Het was oorlog. Zeven kinderen. Armoe troef.

En toch, omdat het glazen plafond van een dorp nauwelijks contacten tussen de standen toeliet, had je meer zicht op wie het net zo als jij of nog slechter had. Rijkdom was iets van een andere, onbereikbare wereld. En door God zo gewild. Het woord armoe werd niet gebruikt. Zuinig, netjes en braaf waren de waarden waaraan je gedrag gemeten werd.

Henny werkte jaren lang in de huishouding van een bakker in Terborg, van wie ze na haar huwelijk in 1964 met Jan Schwartz, een neef van haar zwager Theo, ook een huis huurde. Vervolgens bouwden ze een grote en mooie woning in Silvolde, de geboorteplaats van Jan. Ze kregen twee jongens.

Nico volgde een opleiding tot huisschilder maar bleek ook van vele andere markten thuis: eigenaar van een broodjeszaak, assistent anatoom-patholoog, leider in een jeugdinrichting, voorwerker in een voedingfabriek, begrafenisondernemer.
Nico woonde in Ulft, Neede, Rotterdam en met zijn partner El Assenberg (*1942) in Barendrecht en nu in Heijningen bij Fijnaart.

Lees verder bij generatie 8.3c (in bewerking).

Terug naar generatie 8.3b

 

vorige

 

 

Schematisch

1 Walravius
(* ± 1690)

Aleidis
Gipmans

(1693 - ??)

2 Peter
(1717-1776)

Theodora Boerboom
(1710-1783)

3 Wilhelmus
(1742-1824)

Everdina Lubberts
(1736/7-1800)

4 Albertus
(1766-1831)

Gouwke Goossen
(1758-1842)

5 Henricus
(1800-1858)

Johanna Berendsen
(1805-1880)

6 Albertus
(1834-1876)

Maria Snelders
(1837/38-1913)

7 Cornelis Henricus
(1866-1922)

Johanna Maria Bouman
(1868-1944)

8 Albertus Nikolas Antonius
(1901-1985)

Henrica Bernardina Bertha Hafkenscheid
(1900-1991)

Bernardina Johanna Henrica
(*1930)
Maria Josephina Alberta
(*1932)
Cornelis Christiaan Antonius
(1933-2003)
Theodorus Aloisius Nicolaas
(*1936)
Albertus Theodorus Johanna
(*1939)
Henrica Wilhelmina Theodora
(*1941)
Nicolaas Hendrikus Jozef
(*1941)