kop_illustratie
gen 0 gen 8.2 gen 8.3b gen 8.3c

bou
man
1

bou
man 2
haf
kens 1
haf
kens 2
haf
kens 3

Generatie 8.3c
Albertus Nikolas Antonius (1901-1985)
1950-1990

 

Werken, vrije tijd en feesten van vader Bertus en moeder Rika.

Dru
Ze hebben heel hun leven hard moeten werken voor hun gezin. Zoals gezegd werkte Bertus op de Dru, tenminste een groot deel van zijn arbeidzaam leven. Hij is gestopt toen hij 65 was en hij was op zijn 14e begonnen. In de jaren '60 heeft hij nog zijn 40-jarig jublileum gevierd. Dat wil zeggen dat er een dikke tien jaar dru-carrière ontbreken. Daarvan heeft hij een deel bij de machinefabriek Finis en bij een ander kleinmetaalbedrijf, Het Vijfje in Doetinchem, besteed. Op de Dru is hij begonnen in het poetshok en na enige maanden werd hij - tegen zijn zin, want hij verdiende er minder - bevorderd tot leerling-machinebankwerker. Uiteindelijk bestond zijn taak uit het herstellen van de vormkasten waarin het vloeibare ijzer werd gegoten dat na veel behandelingen een prachtige terracotta geëmailleerde pan bleek te zijn geworden. Als jer hem niet liet vallen, ging hij meer dan een mensenleven mee. De Dru is voor een deel afgeknapt op de kwaliteit van zijn eigen produkt....

Vakantie
De werktijden werden pas in de laatste jaren enigszins acceptabel: minder dan 48 uur per week en per jaar meer dan een weekje vakantie. Op vakantie gaan was er niet bij. De actieradius van de familie werd bepaald door de mogelijke fietsafstand op één dag. Het buitenland was Duitsland voor zover het binnen die afstand lag. De verste reis van vader Bertus was die van 1958 op één dag op en neer naar de Expo in Brussel. Met moeder Rika is hij verschillende keren in Heemstede geweest bij Cato en Jozef. Wegens de kosten daarvoor werden allerlei bevriende vrachtrijders ingeschakeld, die toevallig die kant op reden. Het openbaar vervoer liep te zeer in de papieren en kostte te veel tijd.
Moeder Rika is ook één keer in België geweest: tijdens een familiedag in Berkel-Enschot zijn we een paar kilometer de grens over gegaan om de balans met Vader, die toen al gehemeld was, gelijk te trekken. Ze vond het prima - zoals ze alles prima vond toen ze oud was. ('Zullen we een eindje gaan rijden, Moeder?' Steevast antwoord: 'Kan mien niks schealen!' Het klonk onverschillig maar wij wisten dat ze zo haar blijdschap uitdrukte: 'Heel graag!')

oberBijverdiensten
Naast het werk op de Dru vond Bertus nog de tijd om andere lucratieve bronnen aan te boren om zijn inkomen - het enige in het gezin - te vermeerderen. Al vanaf zijn eerste huwelijksjaren fungeerde hij als ober in verschillende cafés. In het begin vooral bij Finis, later veelvuldig bij Van der Eem in Terborg. Ook de feesten in de kermistenten brachten hem het nodige op.

Na verloop van tijd startte hij met het verkopen van zaad- en pootgoed. Het begon als een soort collegiale service. Hij nam van zijn collega's bestellingen voor aardappelen aan, kocht ze bij de groothandel en verkocht ze door. De groei volgde spoedig. Er kwamen planten, bomen en zaaigoed bij. Op onze zolder stonden in de jaren '50 rekken met oude munitiebussen die allerlei zaadsoorten bevatten: kropsla, raapstelen, spinazie, erwten, bonen. Moeder Rika en de kinderen hielpen mee met het afwegen van gewenste hoeveelheden en vooral Rika had naast haar drukke werk voor het huishouden de handen vol met het bedienen van klanten die te pas en te onpas in de keuken stonden voor de aankoop van een zakje Zwart Duits (sla) of Wonder van Kelvedon (erwten).
Hoe vet de vetpot geweest is, weet ik niet. Wel staat vast dat het iets opgebracht moet hebben want het handelsdevies van Bertus was: Voor niks gaat de zon op.

Moeder Rika
Rika had tot levenstaak de opvoeding van de zeven kinderen gekozen. moder1958 Zij was het die, oorlog of geen oorlog, voor de regelmaat in het huisgezin zorgde door zich strikt te houden aan de dagelijkse werk-, eet- en rusttijden. De tuin leverde voor bijna elke dag voldoende groente voor de maaltijd. Met een stukje vlees of vis-op-vrijdag kon ze toveren. Beroemd zijn haar zondagse soepen.

Een foto uit eind jaren '50. Moeder Rika dopt een maaltje erwten, een huishoudelijk karweitje dat in de buitenlucht kan worden gedaan. Albert staat er een beetje ongemakkelijk bij.

Foto's van zo'n dagelijks tafereeltje zijn uitzonderlijk. Het gewone leven werd niet vastgelegd. Alleen bijzondere gebeurtenissen kwamen daarvoor in aanmerking.

Met zuinigheid en vlijt wist ze iedereen behoorlijk gekleed te laten gaan en met de weinige middelen die haar ter beschikking stonden maakte ze van het gezin een nette arbeidersfamilie. En vooral ook katholiek.

Ze was door-en-door gelovig, zonder kwezelig te zijn. Bidden voor en na het eten hoorde erbij als borden en tafellaken. Het lange gebed, geheten 'de Engel des Heren', werd uit praktische overwegingen ná de maaltijd gebeden. Ervóór zouden de kinderen van honger geen aandacht gehad hebben.
Elke morgen zaten alle kinderen in de kerk. Voor de zaterdag werd een uitzondering gemaakt. Zondags was ook het lof min of meer verplicht voor al wie in haar huis woonden.
De pastoor en de kapelaans konden geen kwaad doen; tenminste, tegenover ons liet nooit een woord van kritiek horen en duldde het ook van ons kinderen niet. Ik vraag me af hoe ze de vreselijke berichten over geestelijken die juist in haar tijd hun handen niet thuis konden houden, in haar rotsvaste geloof zou hebben ingepast.
Bij gebrek aan kerkelijke taken voor meisjes was haar hoop gevestigd op de jongens. Ze was blij dat die allemaal lid van het kerkzanger waren. Nico was ook nog misdienaar. Dat was nog beter, eigenlijk. Het liefst had ze gezien dat er een priester geworden was, maar ze waren blijkbaar doof voor de roeping.
Ondanks haar vaste overtuiging - waarvoor ze zich sterk maakte en die ze in discussies fel verdedigde - was ze opmerkelijk mild over andersdenkenden. In het dorp woonden niet veel protestanten. Op zijn slechtst beschouwde ze hen als onwetend dwalenden, maar doorgaans ging ze uit van de stelling dat ieder op zijn eigen manier zalig kon worden.

 

Schuttersgilde
Voor zijn vrije tijd had Bertus tal van activiteiten. Vlak na de oorlog werd het schuttersschuttersgilde St.Hubertus opgericht en hij werd later secretaris.

Een opname vanaf de eretribune bij een gildeconcours. Voorop loopt het koningspaar en daarachter het bestuur zoals ik het niet anders gekend heb: van rechts: Bertus Putman, Chris Lensen, Karel Verholt en onzichtbaar achter de paal Ab te Boekhorst.

 

 

 

 

 

 

 

Hij genoot van het samenzijn met al die mannen in uniform en van het spektakel dat ze met marsen, landjuwelen, tamboercorps en vaandelzwaaien konden opvoeren. Hij was zijn leven lang schutter en het was een vreemde gewaarwording dat hij als zeventiger het stokje durfde over te dragen aan de jongere garde - die daarvoor natuurlijk wel lang stage hadden moeten lopen....

In het kader van zijn secretariaat nam hij elk jaar voor het begin van de kermis twee snipperdagen want dan stond een moeilijke en verantwoordelijke taak te wachten. De exploitanten van de kermis, van cakewalk en luchtschommel tot carroussel en snoepkraam kregen van Bertus een plaats aangewezen. Ik weet niet of en welke criteria hij daarbij hanteerde maar het leidde elk jaar wel tot discussies met de kermisklanten, die bepaald niet op hun mondje gevallen waren. Toch wist de 'plaatsaanwijzer' blijkbaar de juiste toon aan te slaan en had hij voldoende gezag om zijn doorslaande argumenten met succes te hanteren, want tot grote ruzies is het nooit gekomen. En soms bracht hij wel eens een straatje vrijkaartjes mee.

 

Voetbalscheidsrechter
Hij had een klein zakboekje - waar zou het zijn?- waarin hij alle voetbalwedstrijden stonden die hij had gefloten. Vlak voor zijn dood heeft hij er met mij nog in zitten bladeren. Nauwgezet had hij de uitslagen genoteerd en bijzondere gebeurtenissen zoals de weersomstandigheden, bijzondere doelpunten en vooral het het wegsturen van spelers vermeld. Het ging naar zijn zeggen om 1000 wedstridjen.

Bijna elke zondag had hij dan ook dienst. Alle speelvelden werden per fiets bereikt, of het nu in Lichtenvoorde of in Lobith was, of het nat was of droog, koud of warm. Ik heb nooit anders gehoord dan dat hij dat werk goed deed. Hij floot alleen onderafdeling omdat hij anders te ver moest fietsen, maar hij had het denk ik wel 'hoger' gekund.

Vroeger had hij zelf ook gevoetbald. Daarvan hebben we aan paar foto's. Op andere elftalfoto's staat hij nog heel jeugdig als een soort official. Je ziet dat hij niet zo lang zelf gespeeld heeft. Misschien kon hij het niet zo goed als het leiden van een wedstrijd.
Helaas is er niets meer te zien van Bertus als fluitist. (Hij moest fluiten, zei hij altijd.)

voetbal

Bertus zit rechts vooraan; aan de andere kant van de keeper zit zijn broer Nico. Tweede van rechts (staande) is Theet Heister hun zwager. Op het bord voor de keeper staat de naam van de club - ULO met het jaar 1930.

 

roodwit

Uiterst rechts staat Bertus als een soort teamleider (met sigaret, evenals de liggende man rechts!) . De club heet VV Rood-Wit Ulft.
Van de speler herken ik er geen. Of zou de linksbuiten zijn broertje Nico zijn in een jeugdige uitgave?

 

Het 'fluiten' hoorde ongetwijfeld tot zijn hobby's, die hij winstgevend wist te maken. Voor elke wedstrijd kreeg hij een vaste onkostenvergoeding. Door overal naar toe te fietsen in plaats van te reizen met de bus was dat zijn winst. 

 

Tuin
Een andere liefhebberij was ongetwijfeld het werken in de tuin. Grote lappen grond  - in de jaren '50 heeft hij een grote lap naast het huis erbij gepacht - heeft hij met een spa omgespit, soms twee scheppen diep en altijd op jacht naar het kweekgras dat met wortel en tak moest worden uitgeroeid. Ik herinner me dat hij 's morgens vroeg voordat hij naar de Hut ging al een flink aantal meters had 'omgemaakt'. Dan moest de werkdag dus nog beginnen. weckflessenDoor verschillende rassen aardappelen te poten, vroege en late, kregen we lang verse aardappelen. Wat niet meteen geconsumeerd werd, belanndde in de kelder als wintervoorraad. Ook erwten en bonen werden in forse hoeveelheden verbouwd om ingeweckt te worden, zodat we ook in barre tijden nog de nodige vitamientjes kregen.

 

Feesten
De Putmannen weten wat feesten is. Afgezien van de bescheiden verjaardagsvieringen, die zich soms onbedoeld en spontaan tot een groot festijn met gezang, verkleedpartijen en voordrachtjes ontwikkelden, waren er elk jaar de plechtige feestelijkheden in het gezin. Twee daarvan sprongen eruit: Sinterklaas en Kerstmis.

Het feest van de Sint werd zonder de Heilige gevierd. Ik heb nooit een echte Goedheiligman in huis gezien. Bij de buurtkinderen stonden de cadeau's op 6 december 's morgens op tafel. In een mum van tijds waren ze uitgepakt en was het echte feest voorbij. Zo niet bij de Putmannen. Als kinderen werden we op de 5de 'gewoon' naar bed gestuurd om een uur later door gebons gewekt te worden. Dan bleek er op onverklaarbare wijze een wasmand vol geschenken in de huiskamer te zijn beland die één voor één dienden te worden uitgepakt en bewonderd. Voor iedereen was er een gedicht bij, dat voorgelezen moest worden. Later bleek ons dat het de dichtader van Moeder was die weer rijkelijk gevloeid had. En origineel en soms zelfs in het tempo van Willy Alfredo - (Roept u maar!) - want het gebeurde dat ze een paar uur voor de pakjesavond nog alle gedichten moest verzinnen. En minimaal vijf strofen per stuk.

Het kerstfeest was behalve een kerkfeest - met een driedelige nachtmis om drie uur 's morgens en het lof 's middags - ook een huisfeest. Moeder had voor uitvoerige maaltijden gezorgd met gerechten die we anders niet kregen, aan een tafel die gedekt was met het servies dat alleen bij hoogtijdagen uit de kast kwam. Tegen de avond gingen de lampen uit en de kaarsen aan. Met zijn allen zaten we rond de kerststal (door Vader zelf in elkaar geknutseld van groen geverfd triplex, het plastic van de jaren '50) en de boom om in het schemerdonker alle bekende kerstliederen liefst meerstemmig te zingen.

Onze ouders vierden twee keer per jaar een feestje met de buren, met vastenavond en op oudejaar. nachtuilenBeurtelings stelden ze hun huis open voor het feestje waaraan vijf stellen deelnamen. Omdat het wel eens later werd dan 12 uur, wat in die tijd van vroeg uit de veren toch bar laat was, hadden ze hun clubje 'De Nachtuilen' genoemd.

Oudejaar bij de Nachtuilen (1955): met een sigaretje paraat geniet Bertus zichtbaar van het gezelschap.
Naast hem Anna Overgoor en Doortje Keuben.

 

 

 

 

Soms verschenen ze in feestkleding, soms met een karnavaleske uitmonstering. Maar altijd keken ze ernaar uit. Met een drankje en een hapje en een maaltijd op het eind van de avond werd er serieus gepraat - in het begin - en werd het vrolijker naarmate de avond vorderde. Ook hier droeg mijn Moeder met gerijmde kronieken graag bij aan de feestvreugde.

Een groot feest was het ook als een gedenkjaar van het huwelijk werd gevierd. Twintig jaar, vijfentwintig jaar, veertig jaar, vijftig jaar, alles werd met de hele familie herdacht. Om Moeder veel werk uit handen te nemen waren de drie laatste feesten buiten de deur. 1970_40jaar

Op 28 januari 1970 staan oude Putmannen nog eens rond het 40-jarig paar; alleen Dora ontbreekt. Ook Louis Knuvelder en Mina Putman-Teitink staan er niet bij.
V.l.n.r.: Theet Heister, Riek Heister-Putman, Chris Eerden, Anna Knuvelder-Putman, Nico Putman, Mien Nijenhuis-Putman, Jan Nijenhuis.

 

Dat was niet geval bij de gelegenheid van het jubileum van Vader bij de Dru. Ik had al bijna ´ambtsjubileum´ geschreven maar ik denk dat hij zou komen om het woord ´ambt´persoonlijk te schrappen. Hoewel, er werd wel de nodige aandacht aan besteed: de hele familie werd opgetrommeld en ik herinner me een excursie door de fabriek waar we van dichtbij het ijzergieten en emailleren konden bekijken. Voor mij als jongetje was dat heel indrukwekkend. Bij zijn veertigjarig jubileum kreeg Vader zelfs een lintje. Hij was ermee verguld al wilde hij er niet trots op zijn.

 

Fietsen
Maar de zondag was een rustdag. pa_op_fietsIn de zomer als het weer het ook maar enigszins toeliet, ging hij al vroeg in de morgen per fiets op weg naar - dat merkte hij zelf ook pas later.

Rond 1960. Vader Bertus op zijn Fongers op weg naar de kermis in Oer (?). Kaarsrecht als altijd, alleen de gebruikelijke sigaar ontbreekt eraan. Op zijn revers zit misschien het scheidsrechtersspeldje. Achter hem schijnt Willem Koster te fietsen.

 

 

 

 


Meestal was hij tijdens de middagmaaltijd weer present. Hij was in Emmerik geweest, of in Aalten of in Vehlingen om maar eens iets te noemen. In een van die plaatsen was hij naar de kerk geweest; daarmee stelde hij Moeder gerust. Ook de jaarlijkse vakantie die in de vijftiger jaren maar één week duurde, werd veelal besteed aan fietstochten.

Ook Moeder was dan van de partij. Want ook zij genoot van de uren waarin ze even niet met het huishouden bezig hoefde te zijn. In de jaren '50 kreeg ze meer vrije uren en ze besteedde ze met groot enthousiasme aan de Zonnebloem en aan de Vrouwengemeenschap, waarvan ze wijkleidster was en als ik het wél heb ook een tijdje secretaris. Daarnaast bezocht ze haar vriendinnen, waarvan ze er heel wat had. 

reünie1981

Het enige instrument in huize Putman was, behalve de menselijke stem, de trekzak, later de accordeon. Vader Bertus kon heel goed de oude deuntjes begeleiden. Hier, in mei 1981, tijdens een familiereünie heeft hij zich laten verleiden het ding nog eens ter hand te nemen.

 

Toen de kinderen het huis uit waren en Vader een paar jaar gepensioneerd zag hun toekomst er prima uit. Ze waren gezond en voor hun leeftijd mobiel en modern. Ze beschikten uiteraard niet over een auto, maar dat hebben ze nooit als een gemis ervaren. Wel konden ze genieten van een autoritje over de wegen die ze normaliter per fiets bereden. 

 

1968
Een auto was het ook die hun hele leventje veranderde.  Op Tweede Kerstdag 1968 in de vroege duisternis staken ze na een bezoek aan Riek en Theet Heister de Ettenseweg over en dat werd Moeder noodlottig. Ze werd door een auto gegrepen en op het wegdek geworpen.
De gevolgen waren ernstig. Met een schedelbasisfractuur werd ze bewusteloos naar het ziekenhuis vervoerd waar ze pas na zes weken uit een coma ontwaakte - overigens tegen aller verwachting in. Haar eerste woorden bij het ontwaken uit die lange slaap waren ..weesgegroetjes. Zo diep zat die tekst.
Langzaam leerde ze weer praten, lopen, lachen en zelfs lezen. Maar helemaal de oude is ze niet meer geworden. Een levenslustig , opgewekte en gevoelige zestiger, die in een discussie kordaat haar mannetje kon staan, veranderde in een broze, immobiele, hulpbehoevende bejaarde, die haar emoties die altijd een wezenlijk deel van haar hadden uitgemaakt, nauwelijks nog kon uiten. 1981_meiNa nog een paar jaar in het huis aan de Praestingsweg waar ze sinds 1934 gewoond hadden, vond Vader Bertus het niet langer verantwoord om daar te blijven.

 

Debbeshoek
Hoewel hij er nog lang niet aan toe was, besloten ze naar het verzorgingshuis te vertrekken. Daar hebben ze gewoond op een tweepersoonskamer totdat Vader op maandag 1 juli 1985 stierf na een zwaar ziekbed - longkanker - waar we hem van zijn zachtste kanten hebben leren kennen. Hij is 84 jaar en 83 dagen oud geworden.

 

Moeder Rika, mei 1981, reünie van de familie Hafkenscheid.

Op 5 juli is hij met groot vertoon van het schuttersgilde begraven. Wat zou hij genoten hebben van die begrafenismars met omfloerste trom en van de trompettist die aan zijn graf de taptoe stond te blazen.

 

bidprentje_vader

 

Moeder werd aanmerkelijk ouder, maar haar lichamelijke en mentale gezondheid gingen sterk achteruit. Ze is weliswaar niet dement geworden maar haar wereldje werd erg klein. Na enkele ziekenhuisopnamen, die haar tijdelijk totaal desoriënteerden, was het kaarsje opgebrand. Ze stierf op dinsdag 23 juni 1992, 91 jaar en 295 dagen oud, in haar eigen bed, in haar zo landzaamaan vertrouwde kamertje in het verzorgingshuis 'de Debbeshoek'.

bisprentje_moeder

 

Klik hier voor een fotocollage van Bertus en Rika

Terug naar generatie 8.3b

Terug naar generatie 8.3a

 

vorige

 

 

Schematisch

1 Walravius
(* ± 1690)

Aleidis
Gipmans

(1693 - ??)

2 Peter
(1717-1776)

Theodora Boerboom
(1710-1783)

3 Wilhelmus
(1742-1824)

Everdina Lubberts
(1736/7-1800)

4 Albertus
(1766-1831)

Gouwke Goossen
(1758-1842)

5 Henricus
(1800-1858)

Johanna Berendsen
(1805-1880)

6 Albertus
(1834-1876)

Maria Snelders
(1837/38-1913)

7 Cornelis Henricus
(1866-1922)

Johanna Maria Bouman
(1868-1944)

8 Albertus Nikolas Antonius
(1901-1985)

Henrica Bernardina Bertha Hafkenscheid
(1900-1991)

Bernardina Johanna Henrica
(*1930)
Maria Josephina Alberta
(*1932)
Cornelis Christiaan Antonius
(1933-2003)
Theodorus Aloisius Nicolaas
(*1936)
Albertus Theodorus Johanna
(*1939)
Henrica Wilhelmina Theodora
(*1941)
Nicolaas Hendrikus Jozef
(*1941)